Scoliose

Scoliose

Iedereen kent het wel: rugpijn. Altijd vervelend, maar vaak na een tijdje wel weer voorbij. Toen ik jonger was ging voor mij die vlieger helaas niet op. Ik had niet alleen altijd rugpijn, maar ook nog eens een vergroeide rug, waardoor mijn hele bovenlichaam scheef stond. Ik had scoliose.

Wat is scoliose?

Omdat misschien niet iedereen van deze lichamelijke ziekte gehoord heeft, zal ik het hier even beknopt uitleggen. Scoliose is een zijdelingse verkromming van de wervelkolom, waardoor één of twee bochten ontstaan. We onderscheiden een S-vormige scoliose met twee bochten en een C-vormige scoliose met één bocht. 

Hoewel het een ingewikkelde, driedimensionale kromming is, kun je makkelijk op een röntgenfoto zien of iemand aan scoliose lijdt. De wervelkolom is een C-vormige of S-vormige slinger, terwijl deze natuurlijk recht hoort te zijn. Een scoliose gaat meestal gespaard met een draaiing van de torso. Je ribben vormen een soort bochel op je rug.

De oorzaak van een scoliose is moeilijk te zeggen. Meestal komt het door een verkeerde houding, maar het kan ook zijn dat er een afwijking in de wervels zit, bijvoorbeeld een vitamine D-gebrek of botontkalking. De meeste scoliose gevallen zijn aangeboren en deze aandoening is erfelijk. Als je groeit en ouder wordt, groeit de scoliose 9 van de 10 keer mee. Het wordt dus steeds erger, maar hoe snel dat gaat verschilt per persoon.

Mijn diagnose

Het begon allemaal bij de schoolarts op de basisschool. Daar gingen we eens in de zoveel tijd naartoe, en de zogeheten “buktest” was toen een ding. Dat wil zeggen dat je vooroverbuigt en de schoolarts kijkt dan of je schouderbladen recht zijn. Mijn schoolarts viel het meteen op dat dat bij mij niet het geval was. Ze liet het aan mijn moeder zien en toen zijn we naar het ziekenhuis gegaan. 

Daar kwam het hoge woord er al snel uit: ik had scoliose. Na een uitleg in Jip-en-Janneke-taal begreep ik als negenjarig kind dat mijn ruggengraat allesbehalve recht was. Ik had er toentertijd niet veel last van, het was nog een bescheiden bocht, dus ik nam het voor lief en ging door met mijn leven.

Tot, ik denk, ergens in groep acht. Wanneer ik uit school kwam moest ik echt even rust pakken, omdat de zeurende pijn in mijn rug mij anders te veel werd. Ik herinner me dat de tranen me soms in de ogen stonden. Niet lang daarna gingen mijn moeder en ik weer naar het ziekenhuis terug. De artsen schrokken enorm, de bocht was flink toegenomen. 

Na deze constatering werden retourtjes naar het ziekenhuis een vaste prik, ik had net zo goed een abonnement kunnen nemen. De artsen wilden mijn rug goed in de gaten houden. Toen de bocht vrolijk doorgroeide, werd er nagedacht over een behandeling die het beste bij mijn situatie paste.

De behandeling

Toen het woord ‘brace’ aan mij werd geïntroduceerd was het eerste wat in mij opkwam een stuk gips waar iemand met een gebroken been baat bij zou hebben. Integendeel, het was een soort torso gemaakt van plastic om de bocht in bedwang te houden. Deze moest ik dan dag en nacht dragen. Alleen om te douchen zou ‘ie even af mogen. 

Veel tijd had ik niet om hierover na te denken, want toen we voor de zoveelste keer in het ziekenhuis waren, schrokken de artsen zich weer kapot. Mijn bocht was enorm verergerd. Het idee van een brace werd meteen aan de kant geschoven en niet veel later kregen mijn ouders en ik te horen dat ik geopereerd moest worden. Dit kon alleen niet meteen, we moesten eerst een paar maanden wachten totdat ik uitgegroeid was.

Je komt in aanmerking voor een operatie als de bocht 45 graden, of meer is. Mijn bocht was inmiddels 90 graden. Veel tijd had ik niet om het tot me door te laten dringen, mijn bocht groeide zo snel dat als ik mij niet liet opereren, de ingedeukte boel in mijn lijf me uiteindelijk fataal zou worden. De operatie hield in dat ze mijn ruggengraat met titanium schroeven en pinnen recht gingen zetten.

Mijn moeder vond het allemaal erg spannend. Ik weet nog hoe stoïcijns ik bleef. Ik zat in de tweede klas van de middelbare school en had het zo naar op school, dat ik eigenlijk wel blij was met een maandje ergens anders zijn. Ook besefte ik goed dat ik niet echt een keuze had. 

De operatie

Mijn moeder en ik hebben toentertijd een verslag van het hele avontuur bijgehouden. Ookal heb ik het meeste onthouden, ik kan het er altijd bij pakken. Op 26 februari 2016 werd ik geopereerd, ik was toen 13 jaar. De donderdag ervoor kwamen we het ziekenhuis al binnen, omdat ik ’s morgens vroeg al aan de beurt was en zo konden we in alle rust mijn spullen uitstallen en alvast een beetje wennen aan het ziekenhuis.

Ik had een hele lieve verpleegkundige, Floris. Ik was blij dat ik een mannelijke verpleger had, omdat mannen vaak wat rustiger zijn. Hij legde mijn infuus aan, gaf me medicijnen en legde veel uit. Ik werd geopereerd in een kinderziekenhuis, dat kon met mijn leeftijd nog net, dus sowieso kreeg ik veel begeleiding, ondersteuning en werd alles drie keer uitgelegd wanneer ik dat fijn vond.

Dat ik in mijn prachtige operatieoutfit met berenprint naar de operatiekamer werd gereden weet ik nog heel goed. En ook dat ik totaal niet gespannen was. Ik voelde me veilig en wist op een of andere manier dat het wel goed zou komen. Om negen uur begonnen ze aan mijn rug te sleutelen en om kwart voor twee ‘s middags deed ik mijn ogen open op de uitslaapkamer en zag ik als eerste mijn moeder. 

Nog half high van de narcose werd ik naar mijn kamer gereden. Daar waren mijn vader en broer op me aan het wachten. De bedoeling was dat mijn moeder na de operatie naar huis ging, maar van de week dat ik in het ziekenhuis heb moeten liggen, is ze de hele tijd in het ziekenhuis blijven slapen. Dat doet me beseffen hoeveel geluk ik met mijn familie heb.

Na de operatie

De week in het ziekenhuis was grotendeels prettig. Het personeel was ontzettend vriendelijk, mijn moeder bracht spullen mee van thuis zodat ik me kon vermaken en voor de rest sliep ik heel veel. Ze had zonder dat ik het wist vrienden en familie een krat met cadeautjes voor mij laten maken. Toen ik die kreeg voelde ik me voor het eerst sinds jaren weer gelukkig. Ik kreeg zoveel bezoek van allemaal lieve mensen, dat ik meestal aan het einde van de middag doodop was.

Natuurlijk was niet alles rozengeur en maneschijn. Ik had veel pijn en kon alleen paracetamol en dergelijke slikken omdat ik niet tegen morfine kan. Daar ben ik toen pas achter gekomen, nadat ik eerst elke morgen misselijk wakker werd en mijn niet bestaande maaginhoud naar boven kwam. Ook moest ik een tromboseprik, want in het begin was ik te zwak om te lopen. Lekker als je niet tegen naalden kunt..

Maar het allerergste waren de drains. Dat zijn kleine slangetjes die ervoor zorgen dat bloed en allerlei andere rotzooi wordt afgevoerd. Die moesten er op een gegeven moment uit, maar dat lukte niet. Ze zaten heel erg vast, en er moest een andere arts komen die ze eruit heeft weten te halen. Dat getrek deed geen pijn, want mijn rug was natuurlijk nog helemaal verdoofd, maar het was het naarste gevoel wat ik ooit gevoeld heb. Ik weet nog dat ik heb liggen gillen en huilen in dat bed. Ik kan het gevoel het beste omschrijven met het idee dat iemand zonder verdoving een ader uit je lichaam trekt.

Ik genas ontzettend snel. Na die operatie kwam ik te weten dat mijn lichaam in staat is de prachtigste littekens te maken. Het ding valt vandaag de dag amper op, als je goed kijkt zie je alleen een mooi lijntje lopen, van mijn bovenste halswervel tot een stuk boven mijn stuitje. Precies een week na de operatie kon ik traplopen.

Natuurlijk had er van alles mis kunnen gaan, maar om eerlijk te zijn heb ik daar nooit naar gekeken. Waarom zou je jezelf onnodig bang maken? Het was niet dat ik ernaast kon staan en er zelf iets aan had kunnen doen. Naderhand ben ik wel echt ontzettend dankbaar dat alles probleemloos verlopen is.

Weer naar school

Ik heb ongeveer een maand thuisgezeten. Dat was hard werken, zowel voor mijn lichaam omdat het zeker een heftige operatie was, maar ook voor mijzelf, want ik wilde het jaar daarop een niveau hoger gaan doen. Dat is me gelukt, met behulp van mijn moeder en leraren die mij extra uitleg gaven en de mogelijkheid gaven de gemiste toetsen thuis in te halen.

Ik weet nog goed dat ik een kaartje van mijn klas kreeg, samen met een doosje chocolade. Een voor een hadden mijn klasgenoten, die nooit naar me omkeken, een standaard tekstje geschreven, waar het feit dat niemand mij echt persoonlijk kende, vanaf droop. Dat herinnerde me er weer aan hoe prettig ik het vond om daar niet te zijn. De kaart heb ik met een grote boog in de prullenbak gegooid, en de chocolade heb ik maar half opgegeten. De persoonlijke kaartjes van leraren deden me wel erg goed.

En toen kwam de dag dat ik weer een paar uurtjes naar school ging. Voordeel was wel dat ik nu in ieder geval niet meer met mijn rug gepest ging worden. Rond de tijd dat ik weer naar school ging, heb ik voor het eerst mijn rug goed bekeken. Hij was kaarsrecht. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik mijn rug mooi vond.

Man, wat weet ik dat moment dat ik de klas binnenstapte nog goed. Het moment dat ik binnenliep, viel er echt zo’n stilte die je wel eens in films ziet. Iedereen keek me aan. Ik ging zitten en het eerste wat de persoon naast mij zat zei was: ‘hij is weg!’ Ze doelde op de ‘bochel’ die ik altijd had gehad. Ik knikte blij. Enkele mensen stelden vragen en ik probeerde zo goed mogelijk alles uit te leggen. Het was de eerste keer dat ik me gezien voelde in die klas. Het duurde een paar weken voordat alles in de klas helaas weer werd zoals het was.

Wat scoliose nu voor mij betekent

Mijn rug is recht, maar dat betekent niet dat ik geen scoliose meer heb. Als je de metalen zooi eruit zou halen, begint het weer van voor af aan. Ik ben doordat alles vastgezet is, een stuk minder flexibel in mijn rug dan ik zou willen; mijn rug is een soort houten plank waar je geen beweging in kunt krijgen. Daardoor kan ik sommige oefeningen met sporten niet doen, maar door de jaren heen heb ik daar prima mijn weg in kunnen vinden, er is gelukkig ook ontzettend veel wat wél kan.

Nog steeds heb ik pijn in mijn rug als ik te lang zit, of slenter. Dat is erg vervelend, maar ik weet er wel steeds beter mee om te gaan. Ook heb ik in ongeveer 75 procent van mijn rug geen gevoel. Dit straalt uit naar mijn zij, waar vanwege de bocht een deuk in zat, en mijn buik. Dit was in het begin raar, maar inmiddels weet ik niet beter. Ik heb er vrede mee dat dat gevoel nooit meer terugkomt. Ik zou ook niet weten wat ik mis, want het is zo lang geleden, dat ik me niet herinner hoe het is om daar gevoel in te hebben.

Mijn rug na de operatie (links) en daarvoor (rechts)

Dankbaar

Ik heb al vroeg in mijn leven veel last gehad van mijn scoliose. Dagelijkse rugpijn was normaal voor mij. Logisch ook, als je kijkt naar hoeveel graden de bocht uiteindelijk was. Ik snap dat mensen die hetzelfde meemaken misschien tegen de operatie opzien, maar ikzelf ben enorm blij dat ik het gedaan heb. Al zou mijn bocht minder zijn geweest, dan was ik nog steeds liever geopereerd. 

Ik moet er namelijk niet aan denken om zo’n brace te dragen, nu heb ik het idee dat ik er in één keer ‘vanaf’ ben. Ik ben blij en opgelucht dat het allemaal goed gegaan is en dat ik allemaal lieve mensen om mij heen had. Ik vind mijn rug nog steeds ontzettend mooi en draag het litteken, dat nu al jaren een onderdeel is van wie ik ben, met trots.

ADHD

ADHD

Iedereen heeft vast wel eens van het begrip ADHD gehoord; een situatie in je hoofd die ervoor zorgt dat je veel drukker bent dan gemiddeld, of dat nou in je gedrag is of alleen in je hoofd. Maar dat is zeker niet het enige wat je meemaakt met een diagnose ADHD. Deze, stoornis, zo wordt het officieel genoemd, heeft zowel voordelen als nadelen en uit eigen ervaring vertel ik je daar meer over. 

Wat is ADHD?

Het is belangrijk om eerst een duidelijk beeld te hebben van wat ADHD is. De afkorting ADHD staat voor attention deficit hyperactivity disorder, ook wel aandachttekort-hyperactiviteitstoornis genoemd. Kenmerkend voor deze diagnose zijn impulsief gedrag, concentratieproblemen, rusteloosheid en leermoeilijkheden. De symptomen zijn al aanwezig in de kindertijd en vaak belemmeren ze het dagelijks maatschappelijk functioneren van de betreffende persoon. 

Het “aandachttekort” slaat niet op onvoldoende aandacht krijgen. Iemand met ADHD kan onvoldoende aandacht geven aan hun omgeving doordat het niet goed mogelijk is om de aandacht bij één ding te houden. Kortom: iemand met ADHD is snel afgeleid. 

De stoornis openbaart zich in principe al vroeg in het leven. Bij jongens wordt de diagnose drie keer vaker vastgesteld dan bij meiden. Hoe vaak het voorkomt varieert met een aantal risicofactoren, waaronder leeftijd en geslacht en je thuissituatie. 

Mijn diagnose

Als kind had ik op de basisschool erg last van concentratieproblemen. Ik was druk, maar vooral in mijn hoofd heerste er een soort chaos van gedachten die altijd aanstond. Ik had veel te veel energie voor mijn leeftijd; als ik om acht uur ’s avonds naar bed moest lag ik makkelijk nog tot twaalf uur wakker. Ik was bijna nooit lichamelijk écht moe. 

In de klas viel het erg op dat ik drukker was dan de andere kinderen. Ik mocht destijds niet meer naast een vriendin van mij zitten, omdat haar moeder van mening was dat ik haar dochter te veel zou afleiden. Ook ergerden kinderen zich aan mij vanwege het feit dat ik nooit stil kon zitten, hoewel ik daar maar weinig aan kon doen.

Vanwege de drukte in mijn hoofd kon ik toen ik op de middelbare school zat geen overzicht houden in de opdrachten die ik thuis moest maken. Ik vond het daarom heel moeilijk om mijn huiswerk te plannen en organiseren. Vanwege mijn concentratieproblemen en leermoeilijkheden was een geschiedenistekst een ware hel voor mij. Wat ik ook probeerde, ik kreeg het niet in mijn hoofd gestampt. 

Op zowel de basisschool als de middelbare school had ik het echt niet fijn. Ik zei altijd precies wat ik dacht, wat helaas vaak voor ruzie met mijn klasgenoten zorgde. Ik kon moeilijk aansluiting vinden omdat klasgenoten het lastig vonden mij te begrijpen. 

Vanwege deze vervelende situatie ben ik met mijn moeder bij veel kinderpsychologen geweest. Eén van de laatsten kwam met de verlossende en verklarende woorden dat ik ADHD heb. Het was fijn om een diagnose te hebben, maar ook nietszeggend, want als kind had ik geen idee wat ADHD inhield. Natuurlijk hebben die kinderpsycholoog en mijn moeder het proberen uit te leggen, maar ik was meer bezig met aansluiting vinden in de klas en de toetsen halen dan met mijzelf. 

Wat ADHD nu voor mij betekent

Rond het einde van de middelbare school was ik oud genoeg om zelf te vertellen wat ik heb. Dit wilde ik goed en compleet doen, maar omdat mijn moeder het voorheen had uitgelegd, wist ik niet zo goed wat ik precies moest zeggen. Ook vond ik het lastig om zelf in te zien waaruit bleek dat ik ADHD heb.

Ik ben daarom op internet symptomen van ADHD gaan opzoeken. Ik ging ze één voor één na en bedacht waar ik mijzelf in herkende. Voor de rest heb ik mensen om mij heen gevraagd waaraan zij merken dat ik deze diagnose heb. Dit gaf mij veel inzicht, omdat je jezelf door de ogen van een ander ziet. 

Uiteindelijk heb ik een lijstje gemaakt met hetgeen wat ADHD voor mij betekent. Ik ben nog steeds drukker dan de meeste personen, ook in mijn hoofd, maar ik heb gemerkt dat de drukte ook wat afneemt naarmate je ouder wordt. Ik heb het beter in de hand en kan eerder stilzitten wanneer dit nodig is. Ik ben nog steeds snel afgeleid, al kan ik hier nu ook beter mee omgaan, en praat meestal snel en veel.

Eén van de dingen waar ik nu nog steeds tegenaan loop, is dat ik meestal gelijk zeg wat ik denk. Dat kan niet alleen voor ongemakkelijke situaties zorgen, maar ook mensen onbedoeld kwetsen. Ik probeer hier wel wat aan te doen, maar het blijft lastig, omdat er gewoon geen filter in mijn hoofd zit.

Ongeduldig zijn en anderen onderbreken is iets waar ik ook nog steeds last van heb. Ik ben vergeetachtig op korte termijn, een symptoom waarvan ik eerst niet eens wist dat het bij ADHD hoorde. Hierom schrijf ik vaak dingen op die ik moet of wil doen, anders gaat het verloren in de zee van chaos die ik ervaar op dagen dat mijn hoofd te vol zit.

Aan de andere kant heb ik veel energie vanwege mijn ADHD. Ik kan veel doen op een dag zonder dat ik mij erg vermoeid voel en ga meerdere keren per week naar de sportschool. Daarnaast ben ik impulsief, wat zowel een goede als lastige eigenschap is. Ik heb hierdoor nieuwe contacten en vrienden opgedaan, maar impulsiviteit kan ook voor ongemakkelijke situaties en miskopen zorgen. 

Acceptatie

Ik ben blij dat ik als kind een diagnose kreeg, zo wist ik al vroeg hoe ik het moest noemen als mensen mij vragen stelden of kinderen commentaar hadden. Dat ik zelf op onderzoek ben uitgegaan wat ADHD voor mij betekent was belangrijk, want zo heb ik mijzelf leren begrijpen. Ik denk dat het goed is om hier met de mensen om je heen over te praten, zodat zij jou ook snappen en kunnen helpen als dat nodig is. Op enkele punten na heb ik nu niet veel last meer van mijn ADHD en heb ik er prima mee leren leven. 

Magie in de winter

Hoewel ik van alle feestdagen houd (op Valentijnsdag na) hecht ik persoonlijk de meeste waarde aan kerst. De weken ervoor zijn minstens net zo leuk. Rond deze tijd loop ik graag naar de stad. Al die lichtjes, sommigen weerspiegeld in het water, geven toch een bepaalde sfeer, precies de sfeer waar ik zo van houd. Hoewel ikzelf altijd een echte boom wil, eindigen wij hier thuis negen van de tien keer met een nepper, omdat ‘al die naalden zo’n gedoe zijn’. Het feestelijk gebeuren begint op kerstavond, waarop we in onze kloffie (ik inclusief kersttrui) de kerstspecial van ‘All You Need Is Love’ kijken, onder het genot van een aantal versnaperingen. Eerste kerstdag gaan we uit eten met de hele familie aan moeders kant, die niet zo groot is als ik het nu laat klinken. Zo leuk om allemaal op je mooist aan zo’n prachtige tafel te zitten. Tijd doorbrengen met de mensen waarvan ik houd is veel kostbaarder dan ik me soms besef. Tweede kerstdag maakt iedereen thuis één gang. Mijn taak is ook mijn specialiteit: het nagerecht. Oh ja, en laten we het kerstontbijt waar mijn moeder altijd zo erg haar best op doet niet vergeten. Ik hou van tradities. Ik hou van kerst.

Zuurstof

Zuurstof

Vroeger had ik een hekel aan sport. Vanwege problemen met mijn rug heb ik van alles geprobeerd, maar niets pastte bij me. Ik begon met atletiek, dat was geen groot succes. Daarna ging ik op jazzballet (ik weet ook niet wat mij bezielde, het was een hype toen ik op de basisschool zat), dat heb ik twee jaar volgehouden, meer om de leuke mensen dan om het dansen zelf. Aan het begin heb ik aan paardrijden gedaan en helemaal op het einde zelfs yoga, maar of je dat nou een sport kunt noemen..
Toen ik in 2017 voor de eerste keer een sportschool binnentrad, had ik geen idee wat ik aan het doen was. Ten eerste de bij elkaar geraapte outfit uit de kast van mijn moeder, en ten tweede had ik geen duidelijke doelen voor ogen. Nu ik, jaren later, gelukkig grotendeels wel weet wat ik doe (en er redelijk normaal bijloop) kan ik me geen leven zonder sport voorstellen. Het liefst ben ik drie keer per week in de sportschool te vinden. Wat me het meest aanspreekt aan naar de sportschool gaan is het solo-aspect en dat je zelf je programmaatje kan maken ook. Zo begin ik met een tijd rennen, een doel opzich, want vroeger had ik echt geen conditie; ik moest na één minuut al aan de beademing. Na het rennen ga ik krachttraining doen. Het meest geniet ik van het trainen van mijn armen, maar ik leer het trainen van mijn buikspieren ook steeds meer waarderen, want ik begin nu meer resultaat te zien en dat motiveert. Ik woog eerst natuurlijk wat meer en nu ben ik bijna helemaal tevreden met wat ik zie. Naast mijn doelen is sport ook heel goed voor mijn mentale gezondheid. Het is een enorme uitlaatklep en het geeft me energie. Als ik een rotdag heb, kan ik na twee uurtjes sporten er weer tegenaan. En mocht ik geen tijd hebben voor de sportschool, maar wel energie, dan ga ik aan de wandel. Noem het gezonde bewegingsdrang, want zonder kan ik echt niet meer.

De orde van de natuur

Misschien is het mijn structurele hoofd, misschien ben ik niet de enige, maar ik hou van seizoenen. Hoewel ik een zomermens ben, vind ik dat alle seizoenen wel iets prettigs hebben. Waarom ik van de rust en het loslaten van de herfst hou, weet je al. En hoe fijn de verlamming van de winter kan zijn begrijp je hopelijk ook. Laat ik je daarom vertellen waarom de zomer mijn favoriet is. Ten eerste, mijn verjaardag. Niet dat ik mezelf nou zo belangrijk vind, maar ik hou erg van feestjes. Zomerfeesten in het bijzonder. Maar ook het eindeloze gevoel van vrijheid. In die twee maanden kan ik zoveel doen.. De euforie, omdat ik weer een schooljaar heb overleefd. Mijn hoofd wordt weer rustig, en de creatieve stroom wordt in gang gezet. Dat betekent hopelijk veel maken. Oh ja, natuurlijk, mooi weer. Dat alleen maakt me intens blij. Al helemaal als ik kan zwemmen, ik hou van zwemmen. Leuke dingen kunnen doen met vrienden of familie. Tussendoor op vakantie met de mensen waarvan ik het meeste houd. Het liefst naar het buitenland, want in de zomer besef ik me weer hoeveel ik van avontuur en reizen houd. En van schepijs.
Goed, laten we de lente niet vergeten. Want nadat die, toch wel beetje nare winter voorbij is, kan ik zo erg genieten van de eerste warmte, het eerste groen. Dat het weer langer licht wordt. De lente staat voor mij ook voor een nieuwe start. Nadat ik heb losgelaten in de herfst is er in de lente weer ruimte voor nieuwe kansen, ideeën en mogelijkheden. En groei om de beste versie van mezelf te worden, mocht me dat ooit nog lukken. Oh enne, ik hou enorm van Pasen. Vraag me niet waarom.

De ochtend

Ik vind de ochtend zo mooi. Vooral in de lente of zomer wanneer het veel eerder licht is. Alles is puur, onaangeroerd. Een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Maar vooral rust. Als het niet te koud is, ga ik ’s morgens graag naar buiten. Kijkend naar hoe alles en iedereen wakker wordt. De vogels zijn als eerste, veel eerder dan ik. Ze verbreken de stilte van de nacht. Vroeger bleef ik eens in de zoveel tijd bij mijn opa en oma slapen. Die wonen een straat verder. Die ochtenden waren heel fijn, want ze deden alles zo rustig en bewust. Hadden zelfs hele routines; toen de hond er nog was ging opa met haar wandelen, bracht daarna oma ontbijt op bed, at zelf beneden ook wat en ging de krant lezen. Oma ging een paar ochtendoefeningen doen om de stramheid tegen te gaan en daarna kwam ze gewassen en wel beneden. Ikzelf kreeg daar weinig van mee, want rond die tijd lag ik natuurlijk nog lekker te pitten, net zoals mijn broer. Ik werd meestal wakker van de duiven van een paar huizen verderop. Het geluid van die beestjes koppel ik nu standaard aan deze tijd. Wanneer ik beneden kwam kregen we een ontbijt die niet mis zou staan in een vijf sterren hotel. Niet verdiend – toen ik jonger was, was ik een kreng – wel gekregen. Meestal was ik daarna in de tuin te vinden. Die is trouwens fijn, ze wonen in een prettige buurt.
Ik hou van de ochtend, maar ook van de avond. Of beter gezegd; nacht. Ik kan als het moet tot de vroege uurtjes opblijven. De nacht is mooi en veilig. Toch ben ik denk ik liever een ochtendmens, omdat deze me het meeste hoop geeft. Het wordt ten slotte niet voor niks elke dag weer licht.

Save the turtles

Save the turtles

Ik vind het moeilijk om te zien hoe de aarde langzaam verdwijnt door ons. Ik probeer er niet al te veel over na te denken, want het maakt me angstig. Maar ik probeer er wel wat aan te doen. Ik let op elektriciteit; waar ik niet ben, is ook geen licht. Wat ook scheelt is dat ik toevallig goed kan zien in het donker. Ik kan dus echt niet tegen waterverspilling, evenals voedselverspilling. Alles gaat bij mij in bakjes. Over eten gesproken, ik kook niet elke dag met vlees, soms ook wel vegan. Zulke simpele dingen, dat ik niet snap waarom niet iedereen hierover nadenkt. En ik koop nu al een jaar dierproefvrije make-up. Als het kan helemaal vegan. Ik vind het onterecht dat er dieren moeten lijden voor iets dat wij op onze gezichten smeren. Gelukkig worden vegan verzorgingsproducten en dergelijke steeds normaler en daarom makkelijker te verkrijgen. Net zoals je steeds vaker verschillende afvalbakken ziet staat. Afval scheiden is iets wat wij thuis al zo lang als dat ik me kan herinneren doen. En tweedehands kleding is ook iets wat steeds meer mijn aandacht trekt. Ik ben niet heilig hoor. Ik koop nog steeds nieuw, maar vraag me wel af of ik het echt nodig heb en echt leuk vind. Waar ik vroeger de kringloop nog saai en vies vond, stap ik hem nu steeds vaker binnen. Ik voel me beter als ik iets uitvoer waarmee ik de aarde help. En het hoeft dus niet heel ingewikkeld te zijn. Iets is altijd beter dan niks.