Genderidentiteit

Genderidentiteit

De laatste tijd is er steeds meer bekend dat er meer genders zijn dan man of vrouw. Nadat ik er goed overna heb gedacht hakte ikzelf de knoop door. Ik definieer als genderneutraal en in dit artikel vertel ik hoe dat voor mij is.

Op school

Als kind op de basisschool denk je natuurlijk niet na over je genderidentiteit. Ik herinner me wel een voorkeur naar omgang met jongens, omdat ik me nooit echt 100% op m’n gemak voelde bij een meidengroepje. Dit kwam echter nooit in de praktijk tot uiting.

Toen ik naar de middelbare school ging had ik het in de eerste en tweede klas iets te druk met gepest worden om na te denken over mijn identiteit, maar dit veranderde toen ik in de derde zat. Mijn drang om met jongens om te gaan werd alleen maar erger, simpelweg omdat ik me dan meer op m’n gemak voelde.

Ik vond het lastig om contact te maken met jongens. Omdat ik eruitzie als een vrouw, ging ik een soort ‘vanzelf’ om met vrouwen en was die manier van contact en communicatie zo aangeleerd, dat ik niet wist hoe het ‘anders’ moest. Qua identiteit voelde ik vanaf toen bewust ‘dat er iets niet klopte’, maar ik kon mijn gevoel niet plaatsen.

Toen kwam de ratrace van mijn vervolgopleiding. Deze was zo druk en stressvol, vooral in de laatste twee jaar, dat ik geen aandacht besteedde aan dit gevoel. Wel bleef de voorkeur om met jongens om te gaan. Op school deed ik dit niet, maar bij mijn toenmalige bijbaan werkte ik vooral met jongens, en ik voelde me daar meer dan gelukkig bij.

Pas aan het einde van mijn opleiding, in mijn huidige tussenjaar, had ik genoeg ruimte om over dit gevoel na te denken. De onderwerpen in de maatschappij hebben daar zeker aan mee geholpen. Door die stomme discussie ging er bij mij wel een lampje branden. Ik heb er lang overna gedacht. Wist ik het wel zeker? Hield ik mijzelf niet gewoon voor de gek? Werd ik zo beïnvloed door de heisa van buitenaf, dat ik mijn gevoel verkeerd interpreteerde?

Uit de kast klimmen

Ongeveer 3 maanden geleden heb ik het voor het eerst aan mijn moeder verteld. Ik had haar al eerder gezegd dat ik over mijn identiteit aan het nadenken was, maar eind juli ben ik ‘officieel’ uit de kast gekomen (noem je dat zo?) als genderneutraal. Ze vond het lastig om te begrijpen, maar heeft het wel vanaf het eerste moment geaccepteerd.

Daarna heb ik het langzaam aan de rest van mijn familie en vrienden verteld en gelukkig vond iedereen het dikke prima. Ik wil graag met hen/hun aangesproken worden en hoewel vrienden daar weinig tot geen moeite mee hebben, heeft familie die mij al veel langer kent dat wel. Zij vinden de switch echt wennen, waar ik dan op mijn beurt begrip voor heb.

Genderneutraal

Ik krijg vaak de vraag hoe ik erachter ben gekomen. Dan denk ik: hoe ben jij erachter gekomen dat je hetero bent? Dat je je man/vrouw voelt? Dat je een passie hebt voor koken? Het is een kwestie van simpelweg naar je gevoel luisteren. Natuurlijk moet je er in dit geval ook goed over nadenken, maar veel spannender dan dat werd het niet in mijn geval.

Foto: Robert Katzki via Unsplash

Het is in principe hetzelfde gevoel als ‘ik voel mij man’ of ‘ik voel mij vrouw’. Maar dan dus ‘ik voel mij geen van beide’. Ik zie het voor me dat er een groep ‘man’ is en een groep ‘vrouw’ en ik sta in geen van beiden. Ik sta in de groep ‘neutraal’ en voel me niet thuis in één van de andere groepen. Je voelt je mens, en dat is het, daar blijft het bij.

Ik ben biologisch een vrouw, maar als ik geboren zou zijn geworden als man had ik dat ook prima gevonden. Ik ben immers nu zo gewend aan mijn lijf dat ik mijn sekse geen probleem vind. Als er een genderneutraal lijf bestond, zou ik dat wel het liefste willen hebben. Ik denk dat dit voor ieder persoon anders is, ongeacht gender. Losstaande daarvan ben ik ervan overtuigd dat genderidentiteit niks te maken heeft met uiterlijk.

Mijn omgeving

Ik zou graag dus door iedereen hen/hun willen worden genoemd. Ik vind het makkelijk om dit bij vrienden aan te geven, omdat zij mij niet mijn hele leven kennen. Bij familie is dit natuurlijk anders en gaat dit daarom wat moeizamer.

Het klopt voor mij niet als mensen mij mevrouw, (jonge)dame of meid noemen. Ik identificeer mij daar niet mee en het steekt als mensen mij zo noemen. Als familie dit per ongeluk nog eens doet verbeteren ze zichzelf snel, maar klanten op werk hebben natuurlijk geen idee.

Ik vind het lastig om hiermee om te gaan, maar probeer te beseffen dat zij mijn genderidentiteit nou eenmaal niet op mijn voorhoofd kunnen aflezen. Ookal hebben mensen geen kwade wil, het zou me goed doen als aan dat ge-mevrouw en ge-meneer op een gegeven moment een einde komt.

De buitenwereld

Ik heb gelukkig nog nooit hele vervelende reacties gehad. Met de meeste mensen die ik niet goed ken resulteert het meestal in een goed gesprek. Mensen die het niet willen begrijpen en dat toch op een vervelend manier uiten, negeer ik meestal. Ik vind het niet waard om moeite te steken in deze personen.

Ik vind dat iedereen mag zijn wie die is, ook al ben je vrouw, man, genderneutraal of genderfluïde. Ik denk dat het goed is om na te denken over wie je bent, maar daar hoef je niet elke dag mee bezig te zijn. Ik blijf nog steeds dezelfde persoon, alleen ken ik mijzelf nu weer iets beter. En meer dan begrip en acceptatie heb ik eigenlijk niet nodig.

Faalangst

Faalangst

Iedereen is vast wel eens zenuwachtig geweest voor een toets of had niet veel vertrouwen in zichzelf op de eerste werkdag. Faalangst komt vaak voor, maar meestal in kleine mate bij specifieke gelegenheden. Bij mij zat dat anders. Ik had vanaf de basisschool last van faalangst, en het begon langzaam mijn leven negatief te beïnvloeden.

De basisschool

Vanwege de diagnoses ADHD en autisme was mijn basisschooltijd allesbehalve prettig. Ik kwam niet goed mee met de groep en voelde me vaak eenzaam. Ik werd zelfs gepest en mijn zelfvertrouwen was erg laag. Ook mijn zelfvertrouwen in eigen kunnen.

Doordat ik een laag zelfvertrouwen had en misschien gewoon zo ben als persoon, ontwikkelde ik al heel snel faalangst. Ik vond rekenen moeilijk en was ervan overtuigd dat ik niet eens hoefde te beginnen, omdat het me toch niet zou lukken. Leraren begrepen het niet en dachten dat ik lui of eigenwijs was.

De faalangst beïnvloedde al snel een groot deel van mijn leven en hield me met veel dingen tegen. Ik probeerde niet snel nieuwe dingen en ik ontweek dingen waarvan ze mij moeilijk leken. Op de basisschool was dit natuurlijk nog niet van levensbelang, maar naarmate ik ouder werd ging ik ook belangrijkere dingen uit de weg.

Iets wat goed hand in hand gaat met faalangst is perfectionisme. Dat heb ik ook al vroeg ontwikkeld. Omdat ik me niet fijn voelde in de klas en voor mijn gevoel daar te weinig controle over had, wilde ik controle hebben over mijn prestaties. Als ik iets moest tekenen ging er minstens een halve boom doorheen aan A4’tjes en ook schrijfopdrachten bestonden meer uit typ-ex dan uit pen.

Faalangst en perfectionisme klinkt onschuldig, en op die leeftijd was dat het ook. Maar toen ik ouder werd, eisten de gevolgen ervan steeds meer hun tol.

De middelbare school

De tekenles van de tweede klas. Dat was de enige plek waar ik mijn faalangst en perfectionisme de baas was. Als ik echt creatief bezig kon zijn vergat ik de vertrouwde zeurstem in mijn hoofd dat dat lijntje nog wel wat rechter kon of de kleuren beter gemengd. Ik kon me toentertijd goed uiten door middel van creativiteit en was zo de volle twee uur geconcentreerd en tevreden bezig.

Foto: Anoushka P via Unsplash

De rest van de lessen werden helaas wel vaak beïnvloed door faalangst. Engels en Nederlands ging prima; ik zag gelukkig in dat ik daar goed in was. Maar bij wiskunde vulde ik meestal zomaar wat in, omdat ik ervan overtuigd was dat ik het toch nooit ging snappen. En toen we in de tweede ook nog rekenles kregen, stond bij mij het huilen nader dan het lachen.

Terwijl de rest zich door alle sommen ploegde, was er in mijn hoofd een soort orkaan bezig. Ik snapte helemaal niks van deelsommen, was ervan overtuigd dat ik dat ook nooit ging doen en schaamde me dood om dit tegen de leraar te zeggen. Mijn faalangst is vaak een innerlijke strijd geweest. Ik wilde het wel, maar het lukte me gewoon niet om eraan te beginnen.

Vervolgopleiding

Mijn opleiding na de middelbare school was een creatieve opleiding; ruimtelijk vormgever. Ik ben creatief, maar wel op een andere manier dan mijn klasgenoten. Ik vond het in het begin moeilijk om mijn creativiteit te laten stromen, omdat ik te veel naar anderen keek. In mijn klas zaten telkens ware talenten, en daar werd mijn faalangst alleen maar erger door.

In de lessen zelf vond ik het dus moeilijk om mijn faalangst los te laten, maar de projectweken waren voor mij een regelrechte ramp. Het is in die weken de bedoeling dat je een opdracht uitvoert voor een daadwerkelijke opdrachtgever. Juist mijn non-existent zelfvertrouwen in eigen kunnen zorgde ervoor dat ik die twee weken eindigde met een onvoldoende. Daardoor werd mijn faalangst natuurlijk erger, en zo was ik in een vicieuze cirkel beland.

Ik kreeg de week voor de projectweken al buikpijn en mijn moeder zag me naarmate deze weken dichterbij kwamen steeds ongelukkiger worden. In de weken zelf was ik alleen maar aan het stressen in plaats van aan het genieten van een nieuwe, creatieve opdracht.

Overwonnen?

Of en hoe je je faalangst kunt overwinnen is voor iedereen anders. Bij mij zit het nu eenmaal in me en ik zal er altijd vatbaar voor blijven. Het is wel veel beter geworden. Mij hebben positieve affirmaties en ‘erdoorheen prikken’ geholpen. Daarmee wil ik zeggen dat je juist hetgeen gaat doen waar je bang voor bent.

Khara Woods via Unsplash

Je begint gewoon aan die opdracht, ook al ben je ervan overtuigd dat het je niet gaan lukken. In het begin voelde dit zinloos, maar omdat ik me niet meer focuste op slagen ging mijn aandacht naar het proces zelf, wat mijn creativiteit ten goede deed. Ook is het goed om je niet met anderen te vergelijken.

Vroeger vond ik faalangst een opgeblazen probleem. Maar toen ik er zelf last van kreeg, besefte ik pas hoe erg het een persoon in de weg kan zitten met hun dagelijks leven.

Vandaag de dag gaat het hartstikke goed. Ik ben inmiddels afgestudeerd, dat helpt enorm qua zelfvertrouwen. Maar ik was er ook gewoon klaar mee dat ik mijzelf tegenhield met de dingen die ik in de toekomst wilde gaan doen. Ook al is het soms nog lastig mijn angst te overwinnen, ik wil en ga nooit meer terug naar hoe het was twee jaar geleden.

Emotie-eten

Emotie-eten

Je hebt jezelf vast wel eens dat extra koekje gegund als je rot voelde of jezelf getrakteerd op iets bij het behalen van een succes. Ik at ook wanneer ik me niet goed voelde, alleen bleef het bij mij niet bij één extra koekje. Vandaag vertel ik je over mijn slechte relatie met eten die ik vroeger had.

De basisschool

Het zou je misschien verbazen maar toen ik nog met mijn kleine benen de aarde rondliep, hield ik helemaal niet zo van eten. Ja, snoep en koekjes gingen er als kind zeker in, maar van avondeten moest ik niets hebben. Ik zat aan de medicatie voor mijn ADHD waardoor ik bijna geen eetlust meer had, maar ook vond ik bijna niks lekker. 

De middelbare school 

Tot en met de tweede klas was ik extreem dun. Ik at bijna niks, maar had ook nooit echt honger. Als mijn moeder daar eens commentaar over kreeg, legde ze uit dat ik simpelweg zo in elkaar zat en weinig voedsel nodig had.

Dat veranderde toen ik in de derde klas kwam. Veel van wat ik de eerdere twee jaar had meegemaakt had ik toen niet verwerkt, dus al die negatieve gevoelens en herinneringen kwamen terug. Ik stopte met de medicatie voor mijn ADHD die niet alleen mijn eetlust maar ook mijn gevoel afvlakte en ontdekte een andere manier om mijn gevoelens te kunnen verzachten: eten.

Het begon onschuldig: ineens wilde ik een boterham extra en verheugde ik me meer op het avondeten. Daarna kocht ik steeds vaker chocolade bij de supermarkt en als er een feestje was snaaide ik in een avond zo de halve tafel met snacks naar binnen. 

Aangezien ik vroeger ontzettend dun was, waren de kilo’s die erbij kwamen eerst meer dan welkom. In mijn laatste jaar van de middelbare was ik gewoon op gewicht en aangezien ik ook in de puberteit zat, viel het niemand echt op.

Foto: Anthony Tran via Unsplash

Vervolgopleiding

In mijn hoofd ging wel het een en ander mis. Het was toen al zo dat ik mijn meeste geluk in het leven uit eten haalde. Dat klinkt onschuldig, is het niet. Want je hebt steeds meer eten nodig om je gelukkig te voelen.

De eerste twee jaar van mijn opleiding was school voor mij een vreselijke plek. Ik werd buitengesloten (what’s new), had geen vrienden en voelde me ontzettend eenzaam. Dat zorgde ervoor dat ik depressief werd. Ik ging vrolijk door met het weg eten van mijn gevoelens tot ik uiteindelijk meer dan 10 kilo te zwaar was.

Toen ik met de begeleiding van school afsprak viel het haar ook op. Zij kent mij al sinds de middelbare school, en ze was juist blij dat ik niet meer zo mager was. Dat ik te dik was viel haar níet op en ze keek me verbaast aan toen ik zei dat ik wilde afvallen. 

Dat was eigenlijk het punt wat mij het meest pijn deed: dat het tot niemand, behalve mijn moeder, doordrong dat ik te zwaar was. Tuurlijk, ik was handig met kleding, maar hoe is het mensen niet opgevallen dat het uiteindelijk echt te veel van het goede was?

Als ik naar de sportschool ging en een trainingsschema aanvroeg om af te vallen, werd me dat sterk afgeraden en verteld dat mijn lichaam nog in de groei was. Alleen nog in de breedte, ja, maar dat bleek onopgemerkt te blijven.

De weegschaal

In mijn zwaarste periode was ik op een avond net van plan om te gaan slapen tot ik mij ineens besefte hoe klaar ik was met mijn lichaam. Ik was op zomervakantie geweest en was er helemaal klaar mee om mij niet prettig te voelen in zwemkleding. Ik voelde mij überhaupt vreselijk in elke kleding. Ook werd ik diepongelukkig van het besef dat het enige wat mij nog vreugde gaf, eten was.

Er kwam een soort oerkracht in mij naar boven van jarenlange frustratie, omdat het elke keer niet wilde lukken. Vanaf dat moment wist ik: vanaf nu gaat alles veranderen. Niet lang daarna werd ik aan een borstverkleining geopereerd en toen had ik zoveel motivatie dat ik mijn leven binnen een jaar drastisch omgooide. Ik ging fanatiek sporten, gezond eten, water drinken en begon met Intermitted Fasting.

In een jaar veranderde mijn lijf ontzettend. Ik ben niet aan IF begonnen omdat ik af wilde vallen, maar omdat ik mijn relatie met eten wilde veranderen. Door een periode niet te eten hoef ik ook niet aan voedsel te denken en dat geeft me superveel rust in m’n hoofd. Doordat ik op deze manier eet, hechtte ik steeds minder waarde aan voedsel en zakte mijn hongergevoel af naar iets normaals.

Ik heb het geluk dat ik van gezond eten en sporten hou, dus binnen een jaar was ik niet alleen 8 kilo afgevallen, maar ook afgevallen qua centimeters en had ik spiermassa opgebouwd. Mensen die ik een tijd niet had gezien herkende mij soms niet, omdat ik zo erg veranderd was. Niet alleen van buiten, maar ook vanbinnen. Het was duidelijk aan mij te zien hoe blij ik was met mijn nieuwe lichaam.

Niet alleen rozengeur

Ik schrijf het nu allemaal heel makkelijk op, maar natuurlijk ging niet alles altijd helemaal goed. Ik had ook mijn momenten dat ik me weer superrot voelde en naar eten greep, waar ik later spijt van had. Het ging zoals alles met vallen en opstaan. Wat scheelde is dat mijn moeder met me meedeed, dus elkaar steunen en erover praten heeft mij echt geholpen. 

Dat ik het voor de rest helemaal alleen heb moeten doen vond ik best jammer. Naar een diëtist gaan zag ik niet zitten, omdat ik simpelweg niet gelukkig word van een dieet. Ik wil niet dat mensen voor mij gaan bepalen wat ik moet eten, ik kan inmiddels zelf goed inschatten wat ik moet eten om gezond te zijn.

Maar als het dan een maand goed was gegaan en ik zag daarvan het resultaat, was de opluchting allesoverheersend. Ik keek steeds met een beter gevoel de spiegel in en kon de kleding dragen waarin ik mijzelf eerst echt niet in zag lopen. Kleding is een belangrijke vorm van uiting voor mij, dus dat ik met zelfvertrouwen in mijn nieuwe aanwinsten kon lopen gaf mij alleen maar meer motivatie. 

Foto: Louis Hansel via Unsplash

Eind goed iedereen goed

Dat ik zelf mij niet prettig voelde in mijn lijf met overgewicht, wil natuurlijk niet zeggen dat ik een probleem heb met mensen die ook te zwaar zijn. Ik weet hoe moeilijk afvallen is en ben sowieso van mening dat niet iedereen slank hoeft te zijn. Ik heb dit gedaan omdat ik er zelf beter van wilde worden en mij beter wilde voelen in mijn lijf.

Door deze rit heb ik veel meer geleerd over mijn relatie met eten, die nu trouwens een stuk gezonder is, en hoe ik omga met mijn gevoelens. Natuurlijk eet ik soms nog wel iets slechts, maar ik weet zeker dat ik nooit meer terugval in wat het was. Daarvoor ben ik nu simpelweg te gelukkig met mijn nieuwe lijf.

Borstverkleining

Borstverkleining

Sommige mensen zullen het eerder begrijpen dan anderen, maar dat ze bestaan daar zijn we het allemaal over eens: de struggles van het hebben van grote borsten. In deze maand is het precies twee jaar geleden dat ik een borstverkleining ben ondergaan en ik ga je vertellen waarom dat de beste keuze van mijn leven is geweest.

Hoe het allemaal begon

Vanaf de derde van de middelbare school begon ik veel te eten. Ik kwam aan en mijn borsten groeiden ook mee. Het rare was dat deze niet stopten met groeien totdat mijn lichaam enkele jaren later volledig uit verhouding was. Natuurlijk, ik had een aantal maatjes meer, maar de grootte mijn borsten paste totaal niet bij de rest van mijn lichaam.

In de vierde viel het nog niet erg op, ik had cup E en als ik dat met leeftijdsgenoten besprak keken ze mij vol verbazing aan. Misschien komt het door mijn stevige benen dat het niet zo opviel, of was ik gewoon handig met kleding. Hoe dan ook, aan het einde van de rit had ik een cup G en was ik er meer dan klaar mee. 

De moeilijkheden

Het was een kwestie van geduldig op een wachtlijst staan, want de operatie wilde ik eigenlijk al meer dan een jaar. Vanaf het begin stoorde ik me al aan het zicht; ik vind grote borsten persoonlijk echt lelijk. Het past niet bij mij en het was onhandig qua bewegen in het dagelijks leven. Ook had ik er veel pijn aan, het gewicht trok aan mijn rug en sporten kon ik niet optimaal doen.

Foto: Smartworks via Unsplash

Het was niet alleen lichamelijk ongemakkelijk, ook kleding passen was een drama. Ik kon niet alles dragen wat ik wilde, omdat sommige kleding er gewoon niet mooi uitzag met die dingen. Bh’s waren er alleen in oma-stijl of het was een compleet harnas waarin ik amper kon ademen. Maar dit laatste was vanwege het gewicht sowieso elke dag een moeilijkheid.

 En dan, iets wat we allemaal hadden kunnen zien aankomen, ik kreeg er commentaar op. Van mannen. Wat mij extreem ongemakkelijk maakte, voor zelfhaat zorgde en ik voelde meer dan eens walging voor mijn eigen lichaam, terwijl zij natuurlijk zelf walgelijk waren. Die vervelende aandacht maakte mij soms helemaal gek, ik was in staat tot de meest vreselijke dingen om er maar vanaf te zijn.

De operatie

13 augustus 2020 was het eindelijk zo ver. Toen ik de datum via WhatsApp van mijn moeder te lezen kreeg, heb ik letterlijk geschreeuwd van blijdschap. Ik heb geleefd naar het moment dat ik met mijn moeder in de wachtkamer van het ziekenhuis zat. Ik was totaal niet zenuwachtig, ik had er zelfs zin in!

Het ging best snel, want ik was één van de eerste. Ik moest omdat ik 18 was zelf met de verpleging praten, maar dat was ook prima. Niet heel lang daarna lag ik in het ziekenhuisbed en werd ik naar de operatietafel gereden. De narcose gebeurde gelukkig snel en voordat ik het wist werd ik wakker.

Het eerste wat ik deed was natuurlijk naar beneden kijken, maar ik zag alleen verband. Mijn bovenlijf was als een soort mummie ingezwachteld. Door het vele verband dacht ik eerst dat mijn borsten nog steeds groot waren, dus ik schrok me kapot. Gelukkig was mijn moeder snel bij me en samen kwamen we erachter dat er gelukkig niks aan de hand was. De dokter zei tegen ons dat we sowieso pas na een jaar het eindresultaat zouden zien; de zwelling en dergelijke zou nog gaan slinken.

’s Avonds ging ik voor het eerst rechtop zitten en meteen viel mij iets op: ik voelde mij zoveel lichter. En dat is niet gek: er was iets minder dan een kilo afgehaald. Wat een opluchting! Slapen deed ik, nadat ik op een kamer alleen was gezet, gelukkig goed en de volgende dag mocht ik naar huis, aangezien alles goed was verlopen.

Na de operatie

Toen ik thuiskwam heb ik heel veel geslapen. Ik was zo ontzettend moe, wat niet heel gek is. Het was een fijne, niet al te hete zomer, dus ik mocht zeker niet klagen daar op m’n kamer. Ondertussen kwamen de plantjes en kaartjes van mijn familie binnen. Ik ben ongeveer 2 weken uit de running geweest, toen ben ik weer langzaamaan gaan werken.

Ik had op het thuisfront en mijn opa en oma na het aan niemand verteld. Ik had geen zin om in de schijnwerpers te staan en vond het ook enigszins ongemakkelijk aangezien veel mensen het niet eens was opgevallen dat ik zulke grote borsten had. 

Het klinkt misschien raar, maar het was ook een grote eerste stap naar weer gezond leven en blijer zijn met mijn lichaam. Ik ben iemand die graag dingen alleen verwerkt, dus misschien dat ik het daarom liever voor mijzelf hield.

De omgeving

Mijn familie stond, zoals altijd, volledig achter me. Zij wisten hoe erg ik ‘die dingen’ vond en waren superblij voor mij dat het eindelijk door kon gaan. Ook daarna heb ik veel steun van hen ontvangen. 

Wat ik jammer vond is dat sommige vrienden er minder goed op reageerden. Ze vonden het een te zware operatie (spoiler: is het totaal niet) of zonde omdat ‘iedereen tegenwoordig grote borsten wil’. Dus dat betekent dat ik dat ik dat dan ook wil?! Met deze mensen heb ik gelukkig geen contact meer.

Ik kreeg uiteraard wel vragen op bijvoorbeeld mijn toenmalige werk, dus daar heb ik het aan een paar mensen verteld. Ook directe familie weet het nu, maar ik zal het nooit snel uit mijzelf vertellen. Het is iets moois wat ik al super lang wilde, en ik hou het graag privé. Tenminste, behalve hier natuurlijk.

Foto: Towfiqu Barbhuiya via Unsplash

Positieve verandering

Inmiddels is het dus twee jaar geleden en ik ben nog steeds enorm blij met deze keuze. Mijn (kleine) borsten passen bij wie ik ben en, nadat ik ook afgevallen ben, is mijn lichaam in verhouding. Ik ben blij als ik in de spiegel kijk. Mijn omgeving reageerde ook positief op mijn nieuwe figuur.

Ik kan eindelijk dragen wat ik wil zonder mij ongemakkelijk te voelen en heb totaal geen pijn meer. Ik kan optimaal sporten en bewegen zonder dat die dingen in de weg zitten. En qua bh’s heb ik aan een topje of light support sportbeha genoeg.

En als laatste zijn de vervelende opmerkingen drastisch verminderd. Natuurlijk gebeurt er nog wel eens wat, maar dan gelukkig niets over mijn borsten en het wekt geen extreme gevoelens meer op bij mij. Ik kan nu ik blijer ben met mezelf dat soort situaties makkelijker van me af laten glijden.

Aan mensen die nog twijfelen of iemand kennen die het overweegt denk ik alleen maar: doe het!! Het is een enorme opluchting om dat niet meer met je mee te hoeven sjouwen. Het was een beslissing waar ik echt geen seconde spijt van heb gehad.

Nepvrienden

Nepvrienden

Nepvrienden, je hebt vast wel eens van dit begrip gehoord of er helaas zelf mee te maken gehad. In dit artikel vertel ik over mijn eigen ervaring met nepvrienden en waarom het toch echt beter is om ‘dan maar alleen’ te zijn.

Basisschool

Mijn eerste ervaring met nepvrienden begon al op de basisschool. Vanwege mijn diagnoses ADHD en autisme gedroeg ik mij anders dan de andere kinderen, en dat werd al snel opgemerkt. Onbewust wilden klasgenoten liever omgaan met kinderen die wel ‘normaal’ waren. Dacht ik dat ik vrienden had gemaakt, dan bleken ze toch liever tikkertje te spelen zonder mij.

Als klein kind denk je daar nog niet zo overna. Je gevoel is nog niet zo ontwikkeld dat je gaat twijfelen aan jezelf of aan de mensen waarmee je omgaat. Ik deed dat in ieder geval niet. Tot in groep 8. Ik had een meisje leren kennen op schoolreisje waarmee het goed klikte. Ik zag haar het schooljaar lang als mijn eerste echte vriendin, na lange tijden van gepest worden en geen vrienden hebben. 

Die blijdschap verdween toen ik op de avond van de eindmusical werd buitengesloten door haar en haar vrienden.

De middelbare school

Veel tijd om er diep overna te denken had ik niet, want voordat ik het wist was de zomervakantie voorbij en ging ik naar de brugklas. Daar leerde ik een groepje meiden kennen waar ik graag mee om ging. Met in het bijzonder één meisje waarbij ik ook over de vloer kwam. We hadden het eens over vriendschap en ze zei dat ze mij als vriend beschouwde. Ik, iemand die ‘nog nooit’ vrienden had gehad, was super enthousiast. 

Een paar maanden later was ze ineens de dikste vriendinnen met iemand anders uit het groepje en werden afspraken met mij afgezegd omdat ‘ze zich niet lekker voelde’. Aan een dood paard trekken heeft geen zin, dus na een tijdje liet ik haar los en beleefde ik de eerste twee jaar middelbare school als vanouds; zonder vrienden.

Tot in de derde. Toen ontmoette ik vier meiden waarmee het al snel goed klikte. Ik was ontzettend blij dat ik vrienden had gemaakt en met z’n vijven deden we vaak leuke dingen. Met één meid in het bijzonder sprak ik zelfs bijna elke week af. Ik voelde me voor het eerst gezien en geliefd en waardeerde de vriendschappen enorm. 

De eerste scheurtjes ontstonden in het vierde jaar, toen we opgesplitst werden en ik alleen met die beste vriendin in de klas kwam. Ineens begon zij andere vrienden te maken, wat opzich prima is, maar mij betrok ze daar niet bij ‘omdat ik bij de andere vriendengroep hoorde’. Dat hield in dat ze niet meer naast mij ging zitten in de klas en ik in het weekend kon genieten van filmpjes die ze doorstuurde, waarin ze aan het logeren was met haar nieuwe vrienden.

Ik had toen al door moeten hebben dat ik aan de kant geschoven werd, maar ik had het veel te druk met mijn diploma halen en een vervolgopleiding zoeken. In de zomervakantie daarna was ik altijd diegene die initieerde om met z’n allen af te spreken, maar elke keer vonden ze het belangrijker om te gaan werken. Dat ons groepje uit elkaar viel heeft me veel pijn gedaan, omdat dat mijn eerste vriendschappen waren die voor een lange tijd hadden geduurd.

Vervolgopleiding

Toen ik startte met mijn opleiding ging alles nog meer mis. Ik kwam met die beste vriendin in de klas en nog iemand anders van het groepje. Ik was ervan overtuigd dat ik gewoon met hen kon omgaan, aangezien we nog steeds vrienden waren. 

Niets was minder waar toen zij een nieuw groepje hadden gevonden waarvan ik buitengesloten werd. Moet je je voorstellen: je komt op een nieuwe school, nieuwe leraren, nieuwe lessen, nieuwe mensen, je hebt geen idee wat je te wachten staat en de mensen waarop je dacht te kunnen terugvallen laten je keihard vallen.

Ik heb nog geprobeerd om met haar te praten, maar ze was niet voor rede vatbaar. Ze was altijd al vrij egocentrisch geweest, maar dit sloeg alles. In haar ogen had ze namelijk niks fout gedaan. Ik besloot om voor eens en altijd een punt achter de vriendschap te zetten.

Ondertussen had ik thuis wel vrienden gemaakt. Eén meid uit de tweede klas van de middelbare, waar ik dus pas later mee omging, en een andere meid die ik had leren kennen bij een vereniging. Ik had inmiddels de zoektocht naar vriendschap op school opgegeven, omdat daar simpelweg geen mensen voor mij bijzaten, en daarom was het fijn dat ik in ieder geval op hen terug kon vallen.

Althans, dat dacht ik. Het begin van de vriendschap met vereniging-persoon was ontzettend leuk. We hadden elkaar echt gevonden; we vonden elkaar heel aardig en deelden dezelfde humor. Ook was zij ook gediagnosticeerd met autisme, dus hierin vonden we veel steun bij elkaar. Kortom: het klikte.

Onze vriendschap duurde nog niet eens een jaar voordat er scheurtjes in kwamen. Ineens kwam afspreken alleen van mijn kant, en werd daar minder enthousiast op gereageerd. Toen zij eens bij mij thuis was, vertelde ze dat ze vaak met haar vriend ging darten. Ik mocht haar vriend heel erg en vond darten wel geinig, dus vroeg of ik de volgende keer mee kon gaan.

‘Ja, kan,’ was het niet erg enthousiaste antwoord.

Ook toen had ik in moeten zien dat ik er beter een punt achter kon zetten, maar ik was te bang om weer alleen te zijn om dit te kunnen doen. Trakteerde ik voor mijn verjaardag, dan was ze erbij, maar wilde ik spontaan afspreken, dan had ze het ineens te druk. 

Ik had haar op een gegeven moment geappt met de vraag of er iets scheelde. Ik kreeg het antwoord terug dat ze me al langere tijd niet heel leuk meer vond, maar het haar te weinig kon schelen om het op te lossen. Ik weet nog zo goed hoeveel pijn het deed. Ik heb haar toen een lang bericht teruggestuurd met als conclusie dat ik klaar met haar was. En dat was dat.

De ‘twilightzone’

Ondertussen was ik nog steeds bevriend met tweedeklas-persoon. Wij waren ondertussen heel erg hecht geworden, omdat we veel met elkaar hadden meegemaakt op de middelbare school, en simpelweg omdat we elkaar al heel lang kende. Ik kon altijd mijn problemen bij haar kwijt. 

Maar niet alles was rozengeur en maneschijn, integendeel zelfs. Ze had net zoals ik al vroeg ik haar leven van alles meegemaakt, en daardoor kon ze heel egocentrisch denken. Vaak was ze ervan overtuigd dat de hele wereld om haar draaide en ze mij een gunst verleende door vrienden met mij te zijn. Als we ruzie hadden (of niet) kroop ze geregeld in de slachtofferrol. Ze kon immers nooit iets fout doen.

De doorslag kwam toen ze uit het niets vertelde dat alle jaren vriendschap vanaf het examenjaar nep waren geweest. Ze had mij eigenlijk al veel langer willen dumpen, maar kon dat niet omdat ze zag hoe depressief ik was. Ze was ervan overtuigd dat ze mij een gunst had verleend. Ik maakte al haar snel duidelijk dat ik liever helemaal geen vrienden was gebleven, in plaats van een soort schijnvriendschap voor 3 jaar lang. 

Het deed mij zoveel pijn dat ik op dat moment al het gevoel uit mij voelde stromen. Dit was de zoveelste persoon die mij behandeld had als een stukje vuil en het leek alsof mijn hart zich in tweeën scheurde en voor dood in mijn borstkas bleef liggen. Daarna heb ik een hoge, dikke muur om mijzelf heen gebouwd. 

Ik was weer alleen, en dat was eigenlijk prima. Ik besloot mensen geen kans meer te geven, want ik was te vaak, te pijnlijk teleurgesteld. De muur bleef ik opbouwen en niemand, op mijn familie na, was toegestaan om dichterbij te komen.

Weer alleen

De tijd alleen heb ik ironisch gezien echt nodig gehad. Ik zat in de knoop met mijzelf; ik was depressief en wist niet goed wie ik was en wat ik wilde. Ookal was de eenzame tijd pijnlijk, het was ook effectief om dit allemaal uit de zoeken en op te lossen.

Tot in het derde jaar van mijn opleiding. Ik voelde me stukken beter, had buiten school vrienden gemaakt en stelde me langzaam binnen school open om nieuwe mensen te ontmoeten. En dat deed ik ook; uiteindelijk zat ik (met moeite) bij een groepje.

Ik werd vaak ‘vriend’ genoemd door hen, maar op één persoon na heb ik dat nooit echt zo gezien. Je voelt op een gegeven moment aan of iets ‘echt’ is of alleen leuk contact op school. Ik werd wel uitgenodigd op feestjes, maar ik kwam er al snel achter dat zij puntje bij paaltje toch liever met hun vieren omgingen.

Ik ben blij dat ik mensen had om mee om te gaan op school, maar het zou niet als een verassing komen als ik hen, nu we afgestudeerd zijn, nooit meer zie.

Veel geleerd

Ik heb veel geleerd van deze mensen in verschillende periodes. Natuurlijk heb ik liever gehad dat alle mensen oprecht zijn, maar ik heb sowieso het idee dat daar tegenwoordig maar weinig van te vinden zijn. Al helemaal als je hoofd anders werkt dan de maatschappelijke standaard.

Wat ik van omgaan van deze mensen geleerd heb is dat het een hoop pijn en gedoe scheelt als je voor jezelf kiest. Denk aan de mensen die pas na jaren nep bleken te zijn. Ik was liever toentertijd alleen geweest, dan naderhand een mes in mijn rug te krijgen. 

Ook heb ik geleerd om, hoe moeilijk dat soms ook is, mijn eigenwaarde in te zien en me te beseffen dat ik beter verdien dan mensen die maar voor 50 procent of minder voor mij gaan. Ik wil waardevolle vriendschappen waarbij ik enorm kan lachen met iemand, maar ook een diep gesprek kan hebben. Gelukkig heb ik nu buiten school vrienden waarin ik dit kan terugvinden.

Natuurlijk heb je verschillende gradaties van vriendschappen en ik ben ervan overtuigd dat je alles nodig hebt, maar mensen die minder geven dan ik, daar doe ik het echt niet meer voor.

Depressie

Depressie

Toen ik nog nooit te maken had gehad met depressie dacht ik dat die mensen altijd somber waren en de hele dag thuis zaten. Dat beeld veranderde toen ik zelf depressief werd. In plaats van niets te voelen, voelde ik juist heel veel. In dit artikel vertel ik over mijn ervaring met depressie en hoe het mijn kijk op het leven heeft veranderd.

School

Als kind werd ik op school gepest omdat ik buiten de groep viel, onder andere vanwege mijn ADHD en autisme. Maar ik voelde me nooit voor lange tijd neerslachtig; ik had een grote veerkracht. Wel begon mijn liefde voor het horrorgenre en alternatieve muziek al vroeg. Daarmee wil ik zeggen dat er altijd al een stukje duisternis in mij zat, maar tot op zekere hoogte.

Toen ik op de middelbare nog meer lastige jaren van eenzaamheid en pesten meemaakte, brokkelde ik onbewust vanbinnen langzaam af. Van het onschuldige, vrolijke kind was steeds minder over, en het sombere deel nam de overhand. Ik had steeds meer moeite om het leven positief in te zien en met frisse moed naar school te gaan.

Dat bereikte een dieptepunt toen het op mijn opleiding niet lukte om vrienden te maken. Die grote teleurstelling was de druppel die de emmer deed overlopen. 

Overlevingsstand

Ik weet nog goed dat ik in het tweede jaar van de middelbare school met een vriendin toentertijd over depressie had. Zij zat bij mij in de klas en had dezelfde helse twee jaren meegemaakt als ik. Zij had al wat jaren last van een depressie meegemaakt en we vroegen ons af waarom ik na al die nare gebeurtenissen ook niet zover was. 

Naderhand denk ik dat dit komt, omdat ik mij toentertijd afsloot om überhaupt iets te voelen. Ik bevond mij in een soort overlevingsstand. Tot vandaag de dag heb ik last van onverwerkte gevoelens uit die periode. Dan voel ik dus op dit moment iets wat ik eigenlijk toen had moeten voelen.

Donkere periode

Zoals ik net al noemde, kwam het keerpunt eind 2018, toen ik net met mijn opleiding was gestart. Het sprankje hoop dat ik had voor een leuke, nieuwe start werd de kop ingedrukt toen het buitensluiten gewoon verderging. Mij weer zo eenzaam voelen was een druppel die de dam niet meer kon tegenhouden, en voor twee jaar lang werd ik overspoeld door negatieve gevoelens. 

Het vreemde is dat de depressie er eigenlijk heel geleidelijk insloop. Ik voelde mij eind 2018 steeds vaker somber, maar linkte dat niet gelijk aan een groter iets. Langzaam, maar daardoor niet minder effectief, kwamen alle gevoelens binnen, die ik nu voelde, en ook datgene wat ik vroeger gevoeld moet hebben.

In mei 2019 bereikte ik mijn dieptepunt. Het voelde alsof de eenzaamheid en het verdriet mij vanbinnen uitholde. Wat overbleef was een soort lege huls, ik voelde wel, maar alles wat ik voelde wat negatief en daarom vermoeiend. Zo vermoeiend, dat ik in die maand het leven niet meer zag zitten en er vaak overna dacht er een einde aan te maken.

Geen steun 

Tot ieders verbazing bleef ik redelijk mijn hoofd boven water houden op het gebied van school. Ik haalde geen tienen, maar kreeg het voor elkaar om elk jaar toch nét over te kunnen gaan. Ik denk dat dat eerder een kwestie van perfectionisme was dan gezonde motivatie, en het zorgde ervoor dat niemand op school echt doorhad wat er aan de hand was. Sowieso is het mijn opgevallen hoe weinig docenten iets door hebben gehad.

Ik hoefde eigenlijk geen hulp van school te verwachten. Als ik al aangaf dat het slecht met mij ging, raadden ze mij aan om meer leuke dingen te gaan doen (met welke vrienden?) en dat het vanzelf weer goed zou komen. Ik weet nog goed dat ik in gesprek was met een docent en dat ik vertelde dat het echt heel slecht met mij ging, maar dat ik wel mijn best bleef doen voor school. Zijn antwoord was: ‘Ja, maar soms is je best doen niet genoeg.’

Ik heb toentertijd een periode bij een psycholoog gelopen. Het was fijn om eens in de zoveel tijd mijn hoofd te kunnen legen, maar echt helpen deed het niet. Dat was vooral omdat zij niet doorhad hoe slecht het met mij ging. Als ik een keer had verteld hoe erg ik elke dag last had van eenzaamheid, zei ze in het volgende gesprek dat het misschien een goed idee was om iets leuks te gaan doen. Zij leek niet te kunnen begrijpen dat een jong persoon van 17 geen vrienden kan hebben.

Uit de put klimmen

Gelukkig ontving ik wel veel steun van mijn familie. Ik kon altijd mijn ei kwijt of langsgaan voor een knuffel. Die tijd heeft me doen beseffen hoe belangrijk familie kan zijn en hoe erg je de mensen om je heen zou moeten appreciëren. 

Ook had ik via de middelbare school iemand leren kennen die mij op die school ook weer heeft begeleid. Inmiddels had ik een erg goede band met haar opgebouwd en de gesprekken met haar hebben echt bijgedragen aan mijn genezing. We werkten samen aan positief denken en wat ook hielp is dat ik erkenning van haar kreeg; soms gaat het voor een tijd gewoon echt heel slecht met je, dat is het leven.

Genezen ging geleidelijk aan. Wel weet ik dat de onverklaarbare veerkracht van vroeger zich ontplooide in een soort kracht die ervoor zorgde dat ik het op een gegeven moment spuugzat was om mij elke dag kut te voelen. Ik werkte met behulp van de tools die ik van mijn begeleiding gekregen had aan positief denken en probeerde van de kleine dingen in het leven te genieten. Is cliché, maar ook waar.

Ik schreef, zoals altijd, ontzettend veel dus had een goede uitlaatklep en kon gelukkig ook goed met mijn moeder over alles praten. Ik ging vaak samen met haar of alleen de natuur in; ook een hele belangrijke voor mij. Ik hou heel erg van de natuur en wandelen of überhaupt in de natuur zijn werkt ontzettend genezend voor mij. 

Genezen?

Ik ben ongeveer anderhalf jaar depressief geweest, dat is inmiddels een tijd terug. Nu gaat het beter dan ooit, maar helemaal genezen ben ik nog niet, daarvoor is er nu eenmaal te veel gebeurd. Ik zit momenteel weer in een periode van mijn leven met veel vrije tijd en tijd om na te denken. Wat resulteert in een vervolg van mijn heftige, maar hoognodige verwerking. 

Nog steeds heb ik last van onverwerkte gebeurtenissen, gevoelens en emoties, maar ik voel wel dat het de goede richting op gaat. Ook voel ik mij de laatste tijd nog wel eens depressief, maar ik vermoed sterk dat dat wederom onverwerkte gevoelens zijn, en ze niet horen bij de huidige periode van mijn leven. 

Mijn depressie heeft mij geleerd om beter te kijken naar de mensen die ik in vertrouwen wil nemen. En de mensen waarbij ik dat zeker kan doen, veel meer te waarderen. Ook kan ik nu positiever denken en genieten van de meest kleine dingen. En mocht het toch nog eens misgaan in mijn hoofd, weet ik dat ik altijd naar buiten kan gaan.

Bij genezen komt een hoop gestuntel, oud zeer, vallen en opstaan kijken, maar ik weet zeker dat ik er ooit wel kom. Al helemaal als ik erover blijf schrijven, want zelfs dit helpt, en mijn gevoelens deel met mensen die ik vertrouw. En wat betreft het restje donker dat overblijft, ik denk dat dat gewoon past bij de persoon die ik ben.

Eenzaamheid

Eenzaamheid

Ik ben een groot gedeelte van mijn leven eenzaam geweest. Toen ik klein was had ik er minder last van dan toen ik naar mijn vervolgopleiding ging. In dit artikel vertel ik over mijn eenzaamheid en wat ik hiervan heb geleerd.

Wat is eenzaamheid voor mij?

Eenzaamheid is geen gegeven, het is een gevoel. Toch ga ik proberen het zo goed mogelijk uit te leggen wat het voor mij betekent. Ik zie eenzaamheid als een soort mist in mijn hoofd. Het leven ervaarde ik als afgevlakt en stil zonder mensen om mij heen. 

Eenzaamheid is niet enkel alleen zitten in de pauze, maar overal alleen zijn, zelfs in een klas vol andere mensen. Alleen zijn is overleven, want je moet alles zelf doen. Alleen zijn is confronterend, want je gaat de hele dag met jezelf om.

Eenzaamheid is als alle anderen met elkaar zijn en jij weet dat je daar nooit een onderdeel van gaat worden. Het is wakker worden zonder meldingen op je telefoon. Het is jezelf aanleren om alles zelf te doen, want je gaat er automatisch vanuit dat je alleen werkt. Het is ook altijd alleen werken.

Alleen zijn is je telefoon niet meenemen, omdat je weet dat toch niemand je iets stuurt. Het is de hele dag met jezelf omgaan, tot het moment dat je zelfs daar geen zin meer in hebt. Eenzaamheid is te veel tijd hebben om aan jezelf te twijfelen. Je hebt niet voor niks geen vrienden, toch? Maar wat mij het meest eenzaam maakte, was de gedachte dat ik waarschijnlijk zelfs niet in de gedachten van andere mensen bestond.

School

Toen ik op de basisschool zat kreeg ik zowel de diagnose ADHD als autisme, die niet als een verrassing kwam; kinderen en hun ouders hadden al snel door dat ik anders was, omdat ik niet meekwam met de sociale verwachtingen. Ik voelde niet aan hoe het moest en er was geen connectie tussen mij en mijn klasgenoten.  

Ik moet mij toen al eenzaam hebben gevoeld, maar omdat ik als kind alles niet heel bewust meemaakte en ik thuis wel kinderen had waarmee ik omging denk ik dat ik er toch niet veel last van had. Dat kwam pas tijdens de eerste twee jaar van de middelbare school, toen het weer mis ging qua vrienden maken en ik ook wederom buitengesloten werd.

Om mij heen gingen op de middelbare leeftijdsgenoten uit en werd ik de maandagochtend geconfronteerd met foto’s en verhalen die uitgewisseld werden. Ik wilde wel mee, maar ik wist niet hoe. Sowieso had ik toen het zelfvertrouwen en de skills niet om nieuwe mensen te ontmoeten en me gewenst te gedragen op zo’n feestje.

De weekenden dat ik alleen op mijn kamer zat zijn niet te tellen. Op een gegeven moment deed het niet eens meer pijn, omdat ik eraan gewend raakte. Wat wel pijn bleef doen is als er een tafel naast mij plannen werden gemaakt en aan mij zonder woorden duidelijk werd gemaakt dat ik niet welkom was. 

Depressief

Na de twee laatste jaren op de middelbare school waarin ik gelukkig wel vriendinnen had gemaakt, begon de ware ellende pas. Toen ik na de vierde al vroeg met school klaar was, vanwege mijn examenjaar, kwamen alle onverwerkte gevoelens en herinneringen van de basis- en middelbare school terug. Omdat ik mij toen afgesloten had van voelen in het algemeen, werd ik totaal overspoeld door alle negativiteit.

Ik kon er moeilijk mee omgaan en het werd alleen maar erger op het moment dat ik gedumpt werd door de meeste van de vrienden die ik gemaakt had op de middelbare. Ik was op mijn huidige opleiding dus weer alleen. Bovendien werd ik alweer buitengesloten van een groepje waar ik toen bij wilde horen. Ik probeerde andere vrienden te maken, maar kwam er na twee jaar achter dat er op deze school gewoon geen mensen voor mij bijzaten. 

Het gebrek aan positieve ervaringen en in mijn hoofd het gedoe van de voorgaande jaren maakte mij zo ongelukkig, dat ik in een depressie belandde. De meeste mensen die last hebben van een depressie voelen weinig, of een soort leegte. Die heb ik ervaren, maar ik voelde op andere momenten ook juist heel veel. 

Eén van de pijnlijkste herinneringen is een paar dagen na mijn verjaardag in 2019. Ik zat de hele dag in een leeg huis, dat feit had voor de eenzaamheid trouwens niks uitgemaakt, voerde niks uit en toen mijn moeder thuiskwam besefte ik me pas hoe alleen ik me weer had gevoeld en heb toen iets van twee uur achter elkaar gehuild.

Wat deed eenzaamheid met mij?

Eenzaamheid heeft veel invloed op mij als persoon gehad. Het maakt je ten eerste natuurlijk ontzettend verdrietig; bijna ieder mens wil vrienden hebben en zich geliefd voelen. Het maakt je zelfbeeld kapot; er moet wel iets heel erg mis met jou zijn waarom zij wel vrienden hebben en jij niet. Het maakt je ook boos, want waarom ziet niemand dat jij er ook nog bent?

Maar je groeit ook in zelfstandigheid. Je moet alles zelf kunnen aangezien er niemand is die je helpt. Het wakkert je overlevingsinstinct aan. Klinkt misschien overdreven, maar ik ben door mijn eenzame tijden veel egoïstischer geworden. Je hoeft immers met niemand rekening te houden om je doelen te bereiken, in mijn geval het schooljaar halen. 

Je wordt ook beter in leuke dingen alleen doen. Ik hou van alleen naar de bioscoop gaan en wil ook een keer zelf uit eten. En op een vreemde manier word je ook socialer. Ik knoopte met vreemden een praatje aan, omdat ik anders nooit meer met iemand anders dan mijn familie sprak. 

Een leerproces 

Hoe pijnlijk het ook was om voor zo’n lange tijd alleen te zijn, ik had het nodig. Dat klinkt misschien gek, maar ik stond op allerlei gebieden heel erg ver van mijzelf. Ik wist niet wie ik was, wie ik wilde worden, hoe ik op anderen overkwam en voelde mij nergens op mijn plek. Ik had dus eigenlijk een identiteitscrisis in het kwadraat. 

Laten we beginnen bij het begin. Ik kwam op mijn huidige school en lang verhaal kort, de vrienden die ik had lieten mij vallen, dus wilde ik nieuwe vrienden maken. Dat lukte niet omdat ik weer buiten de groep viel. Bovendien was ik door alles wat ik had meegemaakt een erg negatief persoon geworden, wat natuurlijk ook niet meehielp.

Dat ik de zoektocht naar vriendschap daar opgaf, was de beste keuze ooit. Toen ik had geaccepteerd dat ik wederom alleen was, straalde ik blijkbaar een fijne energie uit waardoor mensen juist naar mij toekwamen om een praatje te maken. 

Ik had veel te leren over mijzelf als persoon. Ik had mijn passie nog niet gevonden en wist niet welke richting ik op wilde met deze opleiding. Naast school gerelateerde kwesties vond ik het ook lastig hoe ik in elkaar zit en wat voor soort kleding ik wilde dragen. Ik ben daar allemaal achter gekomen omdat ik alleen met mezelf omging en genoeg tijd had om na te denken.

Lastig

Daarnaast had ik ook nog wat lastigere dingen waar ik toentertijd mee dealde. Ik was niet blij met de persoon die ik geworden was, met mijn lichaam (ik at alle negatieve gevoelens weg) en ik vond het in het begin moeilijk om met het verlies van vriendschap om te gaan. 

Misschien denk je, wat heeft dit te maken met eenzaamheid? Door mijn eenzaamheid kon ik over dit soort dingen goed nadenken, wat mij heeft gebracht tot een paar goede inzichten. Juist die leegte gaf me ruimte om te verbeteren.

Daarnaast was er van mijn zelfbeeld niks meer over en ik had dagelijks gedachten waarin ik mijzelf nog meer naar beneden haalde. De eenzaamheid was het bewijs voor deze gedachten. Als je geen tegenspraak krijgt, of positieve ervaringen, wordt het steeds lastiger om uit deze cirkel te komen.

Herkenbaar? 

Ik kan me voorstellen dat als jij ook eenzaam bent, het lastig is om het leven positief in te zien. Toch heeft eenzaamheid mij veel ruimte voor nadenken en inzichten gegeven die ik nodig had. Het klinkt stom, maar de enige manier om eenzaamheid op te lossen is om naar buiten te gaan en mensen te leren kennen. Dit kan natuurlijk ook via het internet, als dit meer jouw ding is. 

Het is heel moeilijk om je alleen zijn te accepteren, maar het heeft mij wel heel erg geholpen. Juist door los te laten kom je op een relaxte manier met mensen in contact. Iets belangrijks wat ik nu nog steeds toepas in mijn dagelijks leven.

Vandaag de dag ben ik gelukkig niet meer eenzaam en vind ik het zelfs fijn om (in balans) alleen te zijn. Door aan mezelf te werken maar ook mensen te zoeken die simpelweg beter bij mij passen, kan ik zeggen dat ik dan eindelijk een stel fijne vrienden heb. Juist omdat ik zo’n lange tijd niemand had, zijn vriendschappen des te kostbaarder voor mij.

Dit klinkt allemaal hartstikke positief, maar vanzelfsprekend had ik al die jaren van liever eenzaamheid nooit meegemaakt, omdat het mij ontzettend veel pijn heeft gedaan. Tot op de dag van vandaag probeer ik die pijn om te zetten naar kracht. Ik ben er namelijk van overtuigd dat daar mooie dingen van kunnen komen.

Pesten

Pesten

Zoals je misschien al weet ben ik als kind gediagnostiseerd met ADHD en autisme. Hier heb ik onder andere veel last van gehad tijdens mijn schoolperiode. In dit artikel vertel ik je over hoe ik 12 jaar lang gepest ben geweest en hoe dit mij toch sterker heeft gemaakt.

De basisschool

Het begon allemaal in groep 3, met hele kleine dingen. We hadden allemaal een bakje met pennen en potloden op de hoek van onze tafel staan. Wanneer ik deze op de hoek van mijn tafel zette, verdwenen de andere bakjes in de la. Wanneer ik die van mij in mijn la deed, zetten zij die van hen op de tafelhoek. Heel onschuldig, zou je zeggen, maar als kind van zes leer je dan al heel snel dat jij anders bent en er niet bij hoort.

Kinderen, en hun ouders, merkten al snel dat er iets anders aan mij was. Ik kwam niet mee met de sociale vaardigheden vanwege mijn autisme. Er was geen connectie tussen mij en mijn klasgenoten, ik voelde niet aan “hoe het moest” en wat andere kinderen van mij verwachtten.

Van pennenbakjes ging het naar schriften die expres onder aan de stapel verdwenen en niet mee mogen doen met buitenspelen in de pauze. Later werd dat niet gekozen worden met gym, mijn kleding die door de kleedkamer werd gegooid, geroddel, belachelijk worden gemaakt, uitgescholden worden, dat soort dingen. 

In plaats van dat ouders naar mijn moeder gingen om te vragen wat autisme precies inhield, wilden zij het niet begrijpen en vertelden zij hun kinderen om maar niet met dat ‘rare kind’ om te gaan. Ik maakte pesten dus niet alleen in de klas mee, maar ook de ouders van de kinderen moesten mij niet hebben. 

Nu ik er later op terug kijk, kan ik er enigszins inkomen. Ik deed soms domme dingen en maakte kwetsende opmerkingen, wat mijn reputatie natuurlijk niet verbeterde. Maar ik deed die dingen nooit omdat ik kinderen pijn wilde doen, ik wist simpelweg niet waar ik mee bezig was. 

Mijn moeder heeft vaak genoeg met ouders in de clinch gezeten, nadat ik weer iets kwetsends had gezegd of om me heen had geslagen omdat ik overprikkeld was. Naderhand had ik liever gewild dat zij zich er niet zoveel om bekommerde, dat had haar veel pijn en gedoe gescheeld, maar ik snap ook dat zij voor haar kind wilde opkomen. Dit hielp alleen weinig tot niets, omdat de ouders niet wilden begrijpen dat ik hun kind niet expres pijn deed. 

Ik moet hier wel aan toevoegen dat ik natuurlijk ook geen heilig boontje was. Als ik iemand niet mocht kon ik daar echt heel gemeen tegen doen. Toch wilde ik altijd wel een gezellige dag op school en vrienden maken, maar maakte hierin net de onhandige keuzes. 

De middelbare school

Toen ik van groep 8 naar de brugklas ging, had ik goede hoop voor een nieuwe start. Ik besloot het helemaal anders aan te pakken en me meer open te stellen voor nieuwe mensen en contact te maken. Ik had er echt zin in, was blij dat ik van die vreselijk school af was. Dit totdat ik erachter kwam dat ik grotendeels met diezelfde mensen in de klas zou komen.

Desalniettemin besloot ik mijn best te doen en in het begin kwam ik al iets meer mee met het toentertijd populaire meidengroepje. Maar niet lang daarna ging het weer mis, zoals alle voorgaande jaren. Mensen merkten dat ik anders was, vonden mij vreemd, ikzelf snapte niks van de groepsdynamiek en sociale verwachtingen en dit alles zorgde er al snel voor dat ik weer gepest en buitengesloten werd.

Ik vond het ook heel lastig om mijzelf op een positieve manier te “presenteren”. Dit kwam door mijn negatieve zelfbeeld, dat was gevormd vanwege de situaties op de basisschool. Ik maakte wel contact, maar er was veel onbegrip van beide kanten wat voor ongemakkelijke situaties en zelfs ruzies zorgde.

Het pesten werd op de middelbare school langzaam erger. In de brugklas was het vooral buitensluiten, belachelijk maken en werd er over mij geroddeld. In de tweede werd het pesten meer fysiek. Ik ben gelukkig nooit in elkaar geslagen, maar ik ben wel van bankjes geduwd omdat ik er niet bij mocht zitten en er werden stoelen onder mij vandaan geschoven.

Dit tweede jaar van de middelbare school heb ik ook als het meest vervelend ervaren. Een groepje jongens terroriseerden de klas, zowat iedereen werd gepest door elkaar en ook leraren werden weggepest. 

Ik weet nog goed dat twee van die jongens tijdens de les Duits het leuk leken om met hun tafels tegen mijn stoel aan te duwen, zodat ik steeds minder zitruimte had. Dit terwijl ik net aan mijn rug was geopereerd, omdat ik scoliose had. Daarbij schreeuwden ze naar mij dat mijn rug er nog steeds misvormd uitzag en dat ze wilde kijken of ze het metaal wat erin was gezet konden indrukken. Ik voelde mij zo angstig dat ik versteende en niets terug deed. 

En in de derde bereikten de pesterijen hun hoogtepunt. Ik werd uitgescholden, belachelijk gemaakt, voor mijn neus bedreigd en mensen zeiden dat ze me wilden slaan omdat ik toch niks terug zou doen, dit is gelukkig nooit gebeurd maar ik was op dat moment best wel bang. Het was tenslotte een grote groep tegen mij, want mijn vriendinnen in dat jaar namen het zelden tot nooit voor mij op. 

Eén van de vervelendste dingen die toen gebeurd zijn is toen ik net mijn stage bij de plaatselijke scouting had afgerond, waar ik het trouwens helemaal niet naar mijn zin had gehad. Er werd een zelfgetekende poster aan de muur bevestigd waarop de zogenaamde scoutingclub die ik had opgericht en een jongen uit mijn klas maakte me belachelijk door verhalen te vertellen die ik zogenaamd had meegemaakt. Er waren veel mensen die eraan mee deden of simpelweg mee lachten. Ik wist niet hoe ik voor mezelf moest opkomen en lachte een beetje mee, terwijl ik mijzelf eigenlijk op dat moment doodwenste.

Vanbinnen gebeurde er mijn gehele middelbareschooltijd van alles met me, maar geen enkele leraar heeft dat gezien. Misschien als ze beter keken, maar dat deden ze nooit. En om eerlijk te zijn had ik het zelf ook niet door. Natuurlijk voelde ik me wel kut, maar beseffen wat er toen allemaal gebeurde deed ik niet. Gelukkig maakte ik in de derde voor het eerst vrienden voor een langere tijd en stopte het pesten dan eindelijk in het vierde leerjaar.

De gevolgen 

Als ik er zo op terugkijk, denk ik dat ik als kind op de bassischool al begon met het blokkeren van de gevoelens die ik kreeg vanwege het pesten. Denk aan dingen als eenzaamheid en zelfhaat, maar ook frustratie en boosheid. Ik heb nooit goed met emoties en gevoelens om kunnen gaan en als kind snapte ik daar al helemaal niks van. Ik denk dat ik daarom zo “stabiel” bleef. Tenminste, op school, want eenmaal thuisgekomen huilde ik een hele rivier bij elkaar.

Op de middelbare school werd dat gevoelloze alleen maar erger. Ondanks de mislukte start, was ik over het algemeen niet een aanzienlijk verdrietig of boos persoon. Weer gepest worden en geen vrienden hebben deden mij (totaal onbewust) zo veel pijn, dat ik in een soort gevoelloze overlevingsstand terechtkwam. Mijn enige doel was het jaar halen en een niveau hoger gaan doen, en dat lukte ook, en voor de rest besefte ik niet wat er allemaal gebeurde. En mij continu rot voelen werd zo normaal, dat ik het niet meer opmerkte. 

Omdat ik mijzelf afsloot van alles wat ik toentertijd meemaakte en wat dat met mij deed, heb ik de gebeurtenissen niet kunnen verwerken. Ook die laatste komen terug. Ik heb vandaag de dag nog steeds erg veel last van nare herinneringen en onverwerkte negatieve gevoelens. Van mijn hele schooltijd, maar vooral uit die periode. Ook is er een soort onverwerkte woede in mij achtergebleven die heftig kan terugkomen mocht iemand hetzelfde doen als wat ik al die jaren ervoor heb meegemaakt.

Wat bij denk ik iedereen gebeurt die ooit gepest is, is dat je toch naar jezelf gaat kijken. Als je vanaf je zesde ingeprent krijgt dat je anders bent, er daarom niet bij mag horen en dat je de moeite niet waard bent om vrienden mee te worden, ga je dat geloven. Door de jaren heen is dit alleen maar versterkt en uiteindelijk heb ik veel last gehad van zelfhaat. Dit gaat hand in hand met het gevoel van spijt. Ik baal van hoe ik dingen toentertijd heb aangepakt en van de keuzes die ik toen heb gemaakt.

Ook werd mijn faalangst erger, ik had geen vertrouwen in eigen kunnen, en mijn zelfbeeld bereikte een dieptepunt. Als kers op de taart heb ik nog steeds erg last van trust issues, qua vriendschap, maar ik heb ook moeite met het kwetsbaar opstellen van mijzelf en ik vertel mensen zelden tot nooit over mijn verleden. 

In het begin van mijn opleiding was ik er zo klaar mee dat ik wederom buitengesloten werd en geen vrienden had, dat ik het leven niet meer zag zitten. De huidige situatie was op zichzelf al pijnlijk genoeg, maar al helemaal omdat alle herinneringen van voorgaande jaren terugkwamen. Ik was ontzettend eenzaam en raakte in een depressie. Ik deed aan automutilatie en dacht meer dan eens eraan om op te geven en er een einde aan te maken.

De kracht waarvan ik dacht die niet te hebben

Ik vind het lastig om uit te leggen hoe ik uiteindelijk beter ben geworden. Niet met behulp van een psycholoog in ieder geval, want die was er toen al amper te vinden vanwege de ellelange wachtlijsten. Ik denk dat mijn lieve familie een grote rol heeft gespeeld. Ondanks ik mijzelf in een kilometers diepe put bevond, hebben zij mij altijd gesteund. Mijn moeder en ik gingen bijvoorbeeld wanneer dat kon iets ondernemen of simpelweg wandelen in de natuur. Dit laatste heb ik zelf ook veel gedaan en de natuur is nog steeds een helende factor voor mij.

Daarnaast heb ik ontzettend veel geschreven. Poëzie, waar je alle vreselijke gevoelens en gebeurtenissen zo mooi mogelijk probeert te verwoorden, maar ook mijn boek heeft meegeholpen. Daar kon ik alle onverwerkte gevoelens in kwijt. 

Ik ben altijd al veerkrachtig geweest. Als ik de vorige dag was gepest, ging ik de volgende dag weer met frisse moed naar school. Geen idee waar dat vandaan komt, ik denk dat je dat in je hebt of niet. Maar ik ben er wel ontzettend blij mee, want anders had ik hier misschien niet gezeten. 

First things first, wil ik eerst wel even zeggen dat ondanks ik er ontzettend sterk door ben geworden, het liefst natuurlijk een fijne jeugd had gehad. Geen gepest, genoeg vrienden en dergelijke. Maar je hebt het nou eenmaal niet voor het kiezen, dus kun je er maar beter het beste van maken, toch?

Ik was vroeger een persoon die meestal zich op de achtergrond bevond. Niet omdat ik niet durfde, maar ik wist niet hoe en mijn negatieve zelfbeeld zat me in de weg. Ik kwam niet voor mezelf op, omdat ik ook niet wist hoe ik dat op een handige manier moest doen. Natuurlijk legde mijn moeder me dat wel uit, maar op een moment dat ik gepest werd versteende ik negen van de tien keer. 

Dat ik er bijna nooit iets van zei, heeft gezorgd voor een ontzettend grote hoeveelheid frustratie en onverwerkte boosheid in mij. Hoe ik me vroeger terugtrok, is nu de kans erg groot dat ik nu wel op een goede manier voor mezelf kan opkomen. Ik ben er zó klaar mee dat ik over mezelf heen liet lopen, dat wil ik echt nooit meer.

Omdat ik voor zo’n lange tijd pijn ben gedaan, heb ik een driedubbele olifantenhuid gekregen; ik val amper meer te kwetsen. Die ondoordringbare muur werkt meestal in mijn voordeel, maar soms heb ik wel moeite met het uiten van gevoelens en me kwetsbaar opstellen in de vriendschappen die ik nu heb.

En dan het allerbelangrijkste, maar ook moeilijkste: zelfacceptatie. Dit is een van de zwaarste en langste wegen die ik ooit bewandeld heb. Van jezelf haten tot jezelf accepteren hoe je bent is de grootste uitdaging waarvoor ik heb gestaan. Door mijzelf goed te leren kennen, leer ik ook mijn krachten kennen en gebruiken. En door er met mensen over te praten zie ik andere perspectieven in, bijvoorbeeld dat ik nog maar een kind was. Hoe kun je dan alles goed doen?

Conclusie

Neppe vrienden zorgden voor nog meer twijfels aan mezelf, maar door positieve ervaringen, mijn familie die me zoveel leert en dichter bij mijzelf staan zie ik steeds vaker in dat ik er mag zijn. Natuurlijk, ik ben lastiger in de omgang en heb een hoop shit meegemaakt, maar als je er eenmaal doorheen geprikt bent, weet ik van mijzelf dat ik een trouw, lief en bijzonder persoon kan zijn. Ik ben blij dat pesten mij toch sterker heeft gemaakt, al duurt het waarschijnlijk nog wel enkele jaren voordat ik alles een plek heb kunnen geven.

Autisme

Autisme

‘Daar ben ik zo autistisch in.’ Je hebt het vast wel eens iemand horen zeggen, of je hebt het zelf wel eens gezegd. Maar wat is autisme nu precies? In dit artikel beantwoord ik deze vraag uit eigen ervaring. Ook vertel ik hoe autisme mijn schoolleven sterk heeft beïnvloed en wat het nu voor mij betekent. 

Wat is autisme?

Laten we ons eens verdiepen in wat autisme eigenlijk is. Allereerst: er zijn verschillende vormen en “gradaties” van autisme. Daarmee wil ik zeggen dat autisme bij elke persoon zich anders en in verschillende mate, zal uiten. Je kunt dus nooit alle mensen die autisme hebben over één kam scheren.

Goed, ruim 1 procent van alle Nederlanders heeft een vorm van autisme. Dat klinkt misschien weinig, maar dit zijn zo’n 200.000 mensen. Volgens de psychologie is autisme de verzamelnaam voor gedragskenmerken die duiden op een kwetsbaarheid op de volgende gebieden: sociale interactie, communicatie, flexibiliteit en het filteren en verwerken van informatie, daarom zijn mensen met autisme meestal overgevoelig voor prikkels. De meeste mensen met autisme hebben een normale tot hoge intelligentie.

Er is al veel onderzoek gedaan naar autisme. Toch is de precieze oorzaak van autisme nog niet bekend. Wel weten we dat het een aangeboren iets is en het niet te genezen is. Wat ook duidelijk is, is dat onder andere erfelijkheid een grote rol speelt. Maar het is nog niet duidelijk welke genen precies bijdragen aan de ontwikkeling van autisme. 

Onderzoek wijst erop dat bepaalde hersengebieden anders functioneren of dat de communicatie tussen hersengebieden anders verloopt dan bij ‘gezonde’ hersenen. Omgevingsfactoren, waaronder opvoeding en scholing, zijn van groot belang voor de wijze waarop autisme zich ontwikkelt. Een aangepaste opvoeding en passende scholing kunnen de ontwikkelingskansen van kinderen met autisme vergroten.

Mijn diagnose

Toen ik op de bassischool zat, kwam ik niet mee met de sociale vaardigheden. Er was geen connectie tussen mij en mijn klasgenoten, ik voelde niet aan “hoe het moest” en wat andere kinderen van mij verwachtten. Ik had geen vrienden omdat ze mij vreemd vonden en om diezelfde reden werd ik ook vanaf groep 3 tot en met groep 8 gepest. Ik trok me terug en wist niet hoe ik ermee om moest gaan.

Als ik op een blauwe maandag eens bij een klasgenoot thuis ging spelen, vond ik het lastig om speelgoed eerlijk te verdelen. Kwam die persoon bij mij, was ik bang dat mijn speelgoed kapotging. Hier was ik me niet echt van bewust, maar naderhand begrijp ik heel goed dat kinderen al snel niet meer met mij om wilden gaan. Mijn moeder sprak me hier natuurlijk op aan, maar op een of andere manier kwam het nooit binnen.

Het gebrek aan sociale vaardigheden en mijn overgevoeligheid voor prikkels hebben onder andere mijn moeder aan het denken gezet. Ze had eigenlijk altijd al het gevoel dat er meer aan de hand was dan alleen ADHD, waar ik jaren eerder mee was gediagnostiseerd. 

Daarom zijn we begin groep 6 naar de zoveelste psycholoog geweest waar niet na lang de diagnose autisme bij mij werd vastgesteld. Ik heb het in groep 8, toen ikzelf ook eindelijk begreep wat het precies was, uitgelegd in de klas, wat volgens mij niet heel erg hielp. Ik denk omdat de kinderen en hun ouders door de jaren heen al een bepaald beeld van mij hadden opgebouwd wat er waarschijnlijk voor zorgde dat niemand het echt wilde begrijpen.

Er zaten dagen bij dat het me lukte om vredig met mijn klasgenoten samen te werken, maar op verreweg de meeste dagen kwam ik huilend thuis. Eén van de pijnlijkste herinneringen uit mijn basisschooltijd is dat ik in de badkamer op mijn moeders schoot zat en dat ik de tranen uit mijn kop jankte ‘omdat ik ook gewoon vrienden wilde’.

De middelbare school

Op de middelbare school was het in de eerste twee jaar in grote lijnen hetzelfde verhaal, omdat ik grotendeels met dezelfde mensen van de basisschool in de klas kwam. Ik werd weer gepest omdat ik anders was en duidelijk niet meekwam met de rest van de groep op sociaal gebied. Ook lukte het me niet om vrienden te maken, omdat er al snel groepjes waren gevormd waar ik niet bij mocht.

Ik vond het heel lastig om mijzelf op een positieve manier te “presenteren”. Dit kwam door mijn negatieve zelfbeeld, dat was gevormd vanwege de situaties op de basisschool. Er was nog steeds sprake van miscommunicatie, wat voor ongemakkelijke situaties en zelfs ruzies zorgde. 

Ik had wederom veel moeite met het begrijpen van de groepsdynamiek. Hoe mensen met elkaar omgingen was voor mij één groot raadsel. Dat ik er niks van begreep, betekende niet dat ik stil in een hoekje ging zitten. Ik wilde heel graag contact maken, vrienden maken, maar ik wist nooit hoe. Ik voelde een bepaalde sfeer in de ruimte of de gevoelens van anderen niet aan en van non-verbale communicatie snapte ik al helemaal niks. 

Wat autisme nu voor mij betekent

Naarmate ik ouder ben geworden ben ik autisme gelukkig steeds beter gaan begrijpen. Ik heb er veel over gelezen en met mensen over gepraat, omdat er veel dingen zijn die ik zelf niet doorheb. Zo heb ik kunnen inzien wat autisme voor mij betekent en hoe ik het het beste aan mensen kan uitleggen, mocht dit nodig zijn. 

Laten we beginnen met mijn overgevoeligheid voor prikkels. En dan heb ik het vooral over prikkels van buitenaf. De meeste mensen hebben een ‘filter’ in hun hoofd, dat ervoor zorgt dat bijvoorbeeld bepaalde geluiden die niet relevant zijn, niet worden geregistreerd. Dat filter heb ik niet, waardoor alles bij mij binnenkomt, en ook nog eens tien keer zo heftig.

Dit geldt hetzelfde voor informatieverwerking. Soms heb ik meer informatie nodig of moet ik dingen opschrijven, omdat het in mijn hoofd een chaos is. Soms zit mijn hoofd ook helemaal vol; er kan dan niks meer bij en dan moet ik me echt even afzonderen van de situatie, anders krijg ik een soort ‘error’. Denk aan een computer die te veel informatie in een korte tijd moet verwerken en vastloopt. Deze moet dan opnieuw opgestart worden zodat alles weer op een rijtje kan worden gezet.

Verder heb ik mijn sociale vaardigheden en vakkundige vaardigheden vooral geleerd door te imiteren. In de volwassen wereld moet ik soms over een drempel heen om te vragen of iemand iets voor kan doen, maar dat is nou eenmaal hoe mijn hoofd werkt.

Ik ben zeker sociaal, ik hou ervan om nieuwe mensen te ontmoeten en deze te leren kennen, vind het niet erg om op iemand af te stappen en ik hou ervan om uit te gaan. Het lastige is wel dat ik niet altijd weet hoe. Soms komen dingen er ontzettend onhandig uit, dan kan ik mezelf voor mijn kop slaan, maar ik bedoel het wel goed. Ook heb ik nog steeds last van miscommunicatie, maar ik kan dat nu beter oplossen omdat ik geleerd heb hoe ik het aan diegene moet uitleggen. 

Ik hou van echte gesprekken. Ik praat liever met iemand over mentale gezondheid of iemands verleden dan over koetjes en kalfjes. Nu ik ouder ben kan ik dat wel, maar mijn voorkeur gaat nog steeds uit naar een wat serieuzer gesprek. 

Ik hou niet van verandering (daar zat je op te wachten, hè?), maar wel ontzettend erg van variatie. Ik word er zelfs niet goed van als dingen continu hetzelfde zijn. Bijvoorbeeld, ik zou het vervelend vinden als heel mijn rooster zou veranderen, maar ik wissel graag af met mijn route naar school en met de achtergrond van mijn telefoon.

Ik ben eerlijk en direct en waardeer het als mensen dat ook naar mij toe zijn. Ik heb een hekel aan mensen die er altijd maar doekjes om winden, of hun mening afzwakken. Er zijn mensen die het niet op prijs stellen dat ik zo ben, en soms probeer ik mijn mening ook wat genuanceerder over te brengen, maar meestal denk ik: dit is nou eenmaal wie ik ben.

Als laatste vind ik het lastig in te schatten wat hoort en wat niet hoort, omdat ik totaal geen gevoel hiervoor heb. Dit kan tot ongemakkelijke situaties of beledigde mensen leiden, dus dit is een van de punten waar ik echt nog last van kan hebben. Ook kan ik anders of niet reageren op mensen dan zij verwachten. Vroeger schaamde ik me hier heel erg voor, nu leg ik het naderhand aan mensen uit of ik accepteer dat het nu eenmaal gebeurd is.

Conclusie

Ik heb al vroeg in mijn leven last gehad van mijn autisme. Op school werd ik niet geaccepteerd, ik ben veel gepest en vond geen aansluiting. Als ik heel eerlijk moet zijn, had ik liever geen autisme gehad. Het heeft me zoveel ellende gebracht dat ik het liever kwijt dan rijk ben. Maar gezien dat niet meer kan, probeer ik er nu zo goed mogelijk mee te leven. 

Dit heb ik gedaan door als eerste uit te zoeken wat het voor mij betekent en er met mensen over te praten. Dat laatste vind ik bij onbekenden trouwens wel heel lastig, omdat er een groot stigma rond autisme hangt. Het is, naar mijn beleving, in deze maatschappij not done om autisme te hebben. Je valt, vooral op school, al snel buiten de boot en mensen hebben allerlei veroordelen. 

Ik vertel in eerste instantie liever niet aan mensen dat ik autisme heb, vanwege de nare ervaringen op school. Bij het zoeken van een baan had ik zelfs last van discriminatie door mijn autisme. Ik leg het alleen uit aan mensen die ik vertrouw of als ik ergens aangenomen ben om er te komen werken.

Ik ben blij dat ik mezelf nu veel beter ken en veel heb geleerd omdat ik ouder ben geworden. Ik heb soms nog last van enkele punten, maar weet nu ook hoe ik het moet oplossen. Het zou fijn zijn als er meer aandacht kwam voor autisme, op bijvoorbeeld scholen, zodat mensen begrijpen wat het is en het stigma een stuk minder wordt.

Scoliose

Scoliose

Iedereen kent het wel: rugpijn. Altijd vervelend, maar vaak na een tijdje wel weer voorbij. Toen ik jonger was ging voor mij die vlieger helaas niet op. Ik had niet alleen altijd rugpijn, maar ook nog eens een vergroeide rug, waardoor mijn hele bovenlichaam scheef stond. Ik had scoliose.

Wat is scoliose?

Omdat misschien niet iedereen van deze lichamelijke ziekte gehoord heeft, zal ik het hier even beknopt uitleggen. Scoliose is een zijdelingse verkromming van de wervelkolom, waardoor één of twee bochten ontstaan. We onderscheiden een S-vormige scoliose met twee bochten en een C-vormige scoliose met één bocht. 

Hoewel het een ingewikkelde, driedimensionale kromming is, kun je makkelijk op een röntgenfoto zien of iemand aan scoliose lijdt. De wervelkolom is een C-vormige of S-vormige slinger, terwijl deze natuurlijk recht hoort te zijn. Een scoliose gaat meestal gespaard met een draaiing van de torso. Je ribben vormen een soort bochel op je rug.

De oorzaak van een scoliose is moeilijk te zeggen. Meestal komt het door een verkeerde houding, maar het kan ook zijn dat er een afwijking in de wervels zit, bijvoorbeeld een vitamine D-gebrek of botontkalking. De meeste scoliose gevallen zijn aangeboren en deze aandoening is erfelijk. Als je groeit en ouder wordt, groeit de scoliose 9 van de 10 keer mee. Het wordt dus steeds erger, maar hoe snel dat gaat verschilt per persoon.

Mijn diagnose

Het begon allemaal bij de schoolarts op de basisschool. Daar gingen we eens in de zoveel tijd naartoe, en de zogeheten “buktest” was toen een ding. Dat wil zeggen dat je vooroverbuigt en de schoolarts kijkt dan of je schouderbladen recht zijn. Mijn schoolarts viel het meteen op dat dat bij mij niet het geval was. Ze liet het aan mijn moeder zien en toen zijn we naar het ziekenhuis gegaan. 

Daar kwam het hoge woord er al snel uit: ik had scoliose. Na een uitleg in Jip-en-Janneke-taal begreep ik als negenjarig kind dat mijn ruggengraat allesbehalve recht was. Ik had er toentertijd niet veel last van, het was nog een bescheiden bocht, dus ik nam het voor lief en ging door met mijn leven.

Tot, ik denk, ergens in groep acht. Wanneer ik uit school kwam moest ik echt even rust pakken, omdat de zeurende pijn in mijn rug mij anders te veel werd. Ik herinner me dat de tranen me soms in de ogen stonden. Niet lang daarna gingen mijn moeder en ik weer naar het ziekenhuis terug. De artsen schrokken enorm, de bocht was flink toegenomen. 

Na deze constatering werden retourtjes naar het ziekenhuis een vaste prik, ik had net zo goed een abonnement kunnen nemen. De artsen wilden mijn rug goed in de gaten houden. Toen de bocht vrolijk doorgroeide, werd er nagedacht over een behandeling die het beste bij mijn situatie paste.

De behandeling

Toen het woord ‘brace’ aan mij werd geïntroduceerd was het eerste wat in mij opkwam een stuk gips waar iemand met een gebroken been baat bij zou hebben. Integendeel, het was een soort torso gemaakt van plastic om de bocht in bedwang te houden. Deze moest ik dan dag en nacht dragen. Alleen om te douchen zou ‘ie even af mogen. 

Veel tijd had ik niet om hierover na te denken, want toen we voor de zoveelste keer in het ziekenhuis waren, schrokken de artsen zich weer kapot. Mijn bocht was enorm verergerd. Het idee van een brace werd meteen aan de kant geschoven en niet veel later kregen mijn ouders en ik te horen dat ik geopereerd moest worden. Dit kon alleen niet meteen, we moesten eerst een paar maanden wachten totdat ik uitgegroeid was.

Je komt in aanmerking voor een operatie als de bocht 45 graden, of meer is. Mijn bocht was inmiddels 90 graden. Veel tijd had ik niet om het tot me door te laten dringen, mijn bocht groeide zo snel dat als ik mij niet liet opereren, de ingedeukte boel in mijn lijf me uiteindelijk fataal zou worden. De operatie hield in dat ze mijn ruggengraat met titanium schroeven en pinnen recht gingen zetten.

Mijn moeder vond het allemaal erg spannend. Ik weet nog hoe stoïcijns ik bleef. Ik zat in de tweede klas van de middelbare school en had het zo naar op school, dat ik eigenlijk wel blij was met een maandje ergens anders zijn. Ook besefte ik goed dat ik niet echt een keuze had. 

De operatie

Mijn moeder en ik hebben toentertijd een verslag van het hele avontuur bijgehouden. Ookal heb ik het meeste onthouden, ik kan het er altijd bij pakken. Op 26 februari 2016 werd ik geopereerd, ik was toen 13 jaar. De donderdag ervoor kwamen we het ziekenhuis al binnen, omdat ik ’s morgens vroeg al aan de beurt was en zo konden we in alle rust mijn spullen uitstallen en alvast een beetje wennen aan het ziekenhuis.

Ik had een hele lieve verpleegkundige, Floris. Ik was blij dat ik een mannelijke verpleger had, omdat mannen vaak wat rustiger zijn. Hij legde mijn infuus aan, gaf me medicijnen en legde veel uit. Ik werd geopereerd in een kinderziekenhuis, dat kon met mijn leeftijd nog net, dus sowieso kreeg ik veel begeleiding, ondersteuning en werd alles drie keer uitgelegd wanneer ik dat fijn vond.

Dat ik in mijn prachtige operatieoutfit met berenprint naar de operatiekamer werd gereden weet ik nog heel goed. En ook dat ik totaal niet gespannen was. Ik voelde me veilig en wist op een of andere manier dat het wel goed zou komen. Om negen uur begonnen ze aan mijn rug te sleutelen en om kwart voor twee ‘s middags deed ik mijn ogen open op de uitslaapkamer en zag ik als eerste mijn moeder. 

Nog half high van de narcose werd ik naar mijn kamer gereden. Daar waren mijn vader en broer op me aan het wachten. De bedoeling was dat mijn moeder na de operatie naar huis ging, maar van de week dat ik in het ziekenhuis heb moeten liggen, is ze de hele tijd in het ziekenhuis blijven slapen. Dat doet me beseffen hoeveel geluk ik met mijn familie heb.

Na de operatie

De week in het ziekenhuis was grotendeels prettig. Het personeel was ontzettend vriendelijk, mijn moeder bracht spullen mee van thuis zodat ik me kon vermaken en voor de rest sliep ik heel veel. Ze had zonder dat ik het wist vrienden en familie een krat met cadeautjes voor mij laten maken. Toen ik die kreeg voelde ik me voor het eerst sinds jaren weer gelukkig. Ik kreeg zoveel bezoek van allemaal lieve mensen, dat ik meestal aan het einde van de middag doodop was.

Natuurlijk was niet alles rozengeur en maneschijn. Ik had veel pijn en kon alleen paracetamol en dergelijke slikken omdat ik niet tegen morfine kan. Daar ben ik toen pas achter gekomen, nadat ik eerst elke morgen misselijk wakker werd en mijn niet bestaande maaginhoud naar boven kwam. Ook moest ik een tromboseprik, want in het begin was ik te zwak om te lopen. Lekker als je niet tegen naalden kunt..

Maar het allerergste waren de drains. Dat zijn kleine slangetjes die ervoor zorgen dat bloed en allerlei andere rotzooi wordt afgevoerd. Die moesten er op een gegeven moment uit, maar dat lukte niet. Ze zaten heel erg vast, en er moest een andere arts komen die ze eruit heeft weten te halen. Dat getrek deed geen pijn, want mijn rug was natuurlijk nog helemaal verdoofd, maar het was het naarste gevoel wat ik ooit gevoeld heb. Ik weet nog dat ik heb liggen gillen en huilen in dat bed. Ik kan het gevoel het beste omschrijven met het idee dat iemand zonder verdoving een ader uit je lichaam trekt.

Ik genas ontzettend snel. Na die operatie kwam ik te weten dat mijn lichaam in staat is de prachtigste littekens te maken. Het ding valt vandaag de dag amper op, als je goed kijkt zie je alleen een mooi lijntje lopen, van mijn bovenste halswervel tot een stuk boven mijn stuitje. Precies een week na de operatie kon ik traplopen.

Natuurlijk had er van alles mis kunnen gaan, maar om eerlijk te zijn heb ik daar nooit naar gekeken. Waarom zou je jezelf onnodig bang maken? Het was niet dat ik ernaast kon staan en er zelf iets aan had kunnen doen. Naderhand ben ik wel echt ontzettend dankbaar dat alles probleemloos verlopen is.

Weer naar school

Ik heb ongeveer een maand thuisgezeten. Dat was hard werken, zowel voor mijn lichaam omdat het zeker een heftige operatie was, maar ook voor mijzelf, want ik wilde het jaar daarop een niveau hoger gaan doen. Dat is me gelukt, met behulp van mijn moeder en leraren die mij extra uitleg gaven en de mogelijkheid gaven de gemiste toetsen thuis in te halen.

Ik weet nog goed dat ik een kaartje van mijn klas kreeg, samen met een doosje chocolade. Een voor een hadden mijn klasgenoten, die nooit naar me omkeken, een standaard tekstje geschreven, waar het feit dat niemand mij echt persoonlijk kende, vanaf droop. Dat herinnerde me er weer aan hoe prettig ik het vond om daar niet te zijn. De kaart heb ik met een grote boog in de prullenbak gegooid, en de chocolade heb ik maar half opgegeten. De persoonlijke kaartjes van leraren deden me wel erg goed.

En toen kwam de dag dat ik weer een paar uurtjes naar school ging. Voordeel was wel dat ik nu in ieder geval niet meer met mijn rug gepest ging worden. Rond de tijd dat ik weer naar school ging, heb ik voor het eerst mijn rug goed bekeken. Hij was kaarsrecht. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik mijn rug mooi vond.

Man, wat weet ik dat moment dat ik de klas binnenstapte nog goed. Het moment dat ik binnenliep, viel er echt zo’n stilte die je wel eens in films ziet. Iedereen keek me aan. Ik ging zitten en het eerste wat de persoon naast mij zat zei was: ‘hij is weg!’ Ze doelde op de ‘bochel’ die ik altijd had gehad. Ik knikte blij. Enkele mensen stelden vragen en ik probeerde zo goed mogelijk alles uit te leggen. Het was de eerste keer dat ik me gezien voelde in die klas. Het duurde een paar weken voordat alles in de klas helaas weer werd zoals het was.

Wat scoliose nu voor mij betekent

Mijn rug is recht, maar dat betekent niet dat ik geen scoliose meer heb. Als je de metalen zooi eruit zou halen, begint het weer van voor af aan. Ik ben doordat alles vastgezet is, een stuk minder flexibel in mijn rug dan ik zou willen; mijn rug is een soort houten plank waar je geen beweging in kunt krijgen. Daardoor kan ik sommige oefeningen met sporten niet doen, maar door de jaren heen heb ik daar prima mijn weg in kunnen vinden, er is gelukkig ook ontzettend veel wat wél kan.

Nog steeds heb ik pijn in mijn rug als ik te lang zit, of slenter. Dat is erg vervelend, maar ik weet er wel steeds beter mee om te gaan. Ook heb ik in ongeveer 75 procent van mijn rug geen gevoel. Dit straalt uit naar mijn zij, waar vanwege de bocht een deuk in zat, en mijn buik. Dit was in het begin raar, maar inmiddels weet ik niet beter. Ik heb er vrede mee dat dat gevoel nooit meer terugkomt. Ik zou ook niet weten wat ik mis, want het is zo lang geleden, dat ik me niet herinner hoe het is om daar gevoel in te hebben.

Mijn rug na de operatie (links) en daarvoor (rechts)

Conclusie

Ik heb al vroeg in mijn leven veel last gehad van mijn scoliose. Dagelijkse rugpijn was normaal voor mij. Logisch ook, als je kijkt naar hoeveel graden de bocht uiteindelijk was. Ik snap dat mensen die hetzelfde meemaken misschien tegen de operatie opzien, maar ikzelf ben enorm blij dat ik het gedaan heb. Al zou mijn bocht minder zijn geweest, dan was ik nog steeds liever geopereerd. 

Ik moet er namelijk niet aan denken om zo’n brace te dragen, nu heb ik het idee dat ik er in één keer ‘vanaf’ ben. Ik ben blij en opgelucht dat het allemaal goed gegaan is en dat ik allemaal lieve mensen om mij heen had. Ik vind mijn rug nog steeds ontzettend mooi en draag het litteken, dat nu al jaren een onderdeel is van wie ik ben, met trots.