Normaal

Ik haat normaal. Ik haat normale mensen. Ik haat oppervlakkige mensen. Ik haat basic shirtjes en witte iPhones. Ik haat loungemuziek, vooral door het hele huis. Van die niets-aan-de-hand-muziek, maar er is altijd iets aan de hand. Ik haat overdreven bescheidenheid in sociale situaties. Ik haat de top 40 als muzieksmaak. Ik haat onpersoonlijke interieurs. Ik haat het gebruik van overbodige Engelse benamingen. Ik haat het begrip ‘naar de gym’ en ik haat ‘don’t worry’. Ik haat mensen die geen interesse in anderen tonen. Want wat is er moeilijk aan ‘en jij?’ Ik haat mensen zonder karakter. Ik haat dat iedereen denkt dat vrienden hebben iets vanzelfsprekends is. Ik haat onbegrip voor depressie. Ik haat de Netflix verslaving van zowat iedereen. Ik haat mensen zonder eigen kledingstijl. Ik haat mensen die denken dat ze wat voorstellen met hun plastic. Ik haat mensen die altijd opgeven. Ik haat mensen die denken dat ze het zwaar hebben als ze het niet zwaar hebben. Ik haat knappe mensen die te goed doorhebben hoe knap ze zijn. Ik haat gender stigma’s rond kleding. Ik haat stilte als je ook gewoon kunt zingen. Ik haat het als ik niet mezelf kan zijn. Ik haat doorsnee. Ik haat normaal.

De strijd van gezond willen zijn

De strijd van gezond willen zijn

Ik begon met eten toen de verdoving uitgewerkt was. Ik wilde helemaal niet voelen, dus stopte ik er maar andere dingen in om de pijn te verbloemen. Ik was alleen vergeten dat deze naar mijn maag gingen, en niet naar mijn hoofd. Hoe dan ook voelde het goed; de nare dingen verdwenen naar de achtergrond. Dat ik aankwam begon mensen op te vallen, want stoppen met eten deed ik niet. Allereerst mijn moeder, daarna mensen op school. Aangezien ik vroeger een zakje botten was, waren veel mensen blij dat ik nu een vrouwelijker figuur kreeg. In het begin was het misschien ook wel mooi, maar al snel niet meer. Van groen ging ik weer naar geel, maar dan de andere kant op. Helaas negeerde ik haar wijze woorden. Hoe had ik ooit niet van eten kunnen houden? Nu ben ik nog steeds tien kilo te zwaar, maar ik blijf horen ‘hoe mooi ik ben’ en ‘hoe slank ik ben’. Dat doet pijn, omdat ik dat vroeger wel was. Waarom moest ik zoiets moois nou verpesten? Gelukkig weet ik me tactisch te kleden, dat scheelt, de meesten weten van niets. Maar aan de andere kant is dat vervelend: mensen zien niet hoe lastig afvallen is en wat het met je doet. De strijd die gezond zijn met zich meebrengt is twintig procent lichamelijk en tachtig procent mentaal. In mijn hoofd is het inmiddels stukken beter, en het afvallen lukt eindelijk. Ik heb geluk dat ik van sporten en gezond leven houd, ook al klinkt dat misschien tegenstrijdig. Hoe dan ook voel ik me een stuk gezonder en gelukkiger dan voorheen. En misschien word ik toch ooit nog mooi.

Kleptomaan

Sinds kleins af aan haal ik voldoening uit spullen meenemen die niet van mij zijn. Vroeger wilde ik wel eens iets hebben wat ik niet mocht, dus nam ik het maar zonder te betalen mee. We hebben het hier over een plastic ring uit een pannenkoekenrestaurant, maar toch. Ook al was ik nog klein, ik had heel goed door waar ik mee bezig was. Later hield het niet op. Ik stak gewoon dat zeepje in mijn zak. Je moest ze per aantal kopen, en ik wilde er maar één. Het gevoel of de gedachtegang valt niet te omschrijven, sommige dingen moet ik gewoon hebben. Op de middelbare school had ik het ooit met een groepje mensen over stelen. Iedereen had wel eens een snoepje uit de drogisterij gestolen. Ik niet. Binnen een paar weken was het gebeurd. Ik had net zo goed een hele zak kunnen kopen. Ik weet mezelf in toom te houden, hoor; ik heb geen zin in problemen. Of ik er ooit mee stop weet ik niet. Ik hoop ergens van wel. Maar het euforische gevoel blijft, een soort geheime manier van macht.

Afwezige moederliefde

Ik zie, lees en hoor zoveel kinderwensen en ik denk alleen maar: alsjeblieft niet. Mijn hoofd en hart zeggen allebei hetzelfde en dat gebeurt niet vaak. Doe het niet, want je kunt er toch niet voor zorgen. Ik zie al voor me dat ik mijn eigen kind vergeet. Het gehuil niet hoor, omdat ik alleen hetgeen in mijn eigen hoofd kan horen. Niet omdat ik nou zo egoïstisch ben, maar omdat ik al genoeg zorgen aan mezelf heb.